Waarom de vitamine D-spiegel vaak niet stijgt
Waarom de vitamine D-spiegel vaak niet stijgt

Veel mensen gebruiken vitamine D-supplementen, maar zien hun serumwaarde van 25-hydroxyvitamine D (25(OH)D) nauwelijks toenemen. Dit roept vragen op over de effectiviteit van standaarddoseringen.

Nieuwe inzichten uit genetisch en systeemgericht onderzoek laten zien dat de vitamine D-status niet alleen afhangt van inname of zonblootstelling, maar van een complex samenspel tussen genetische aanleg, metabolische context en de beschikbaarheid van essentiële cofactoren.1

In de reguliere praktijk fungeert 25(OH)D als belangrijkste marker voor de vitamine D-status. Deze benadering gaat uit van een relatief lineair model: meer inname leidt tot hogere waarden. Recente genetische studies tonen echter aan dat meer dan honderdzestig genetische varianten betrokken zijn bij synthese, omzetting, transport en receptorwerking van vitamine D.2 Deze varianten beïnvloeden onder meer de efficiëntie van huidproductie na UVB-blootstelling, de omzetting in de lever naar 25(OH)D en de activatie in de nieren tot calcitriol.
Dit verklaart waarom twee personen met een vergelijkbare leefstijl en supplementdosering sterk uiteenlopende vitamine D-spiegels kunnen hebben. De ene patiënt reageert voorspelbaar op suppletie, terwijl bij de ander de serumwaarde nauwelijks stijgt.

Functionele deficiëntie

Naast genetische verschillen speelt de metabole omgeving een cruciale rol. In de orthomoleculaire literatuur beschrijven auteurs dit fenomeen als functionele vitamine D-deficiëntie: vitamine D is aanwezig in het bloed, maar bereikt zijn biologische werking onvoldoende.3 Chronische ontsteking, insulineresistentie, obesitas, lever- en nierbelasting, slaaptekort en verstoring van het circadiane ritme verminderen de effectiviteit van het vitamine D-systeem.4
Een bijkomende factor is vetweefsel. Vitamine D is vet oplosbaar en kan zich ophopen in adipocyten, waardoor het circulerende deel daalt. Daarom hebben mensen met obesitas gemiddeld lagere 25(OH)D-waarden en hebben zij hogere doseringen nodig om therapeutische spiegels te bereiken van 100-200 nmol/l.5

Cofactoren nodig

Het metabolisme en de werking van vitamine D hangen nauw samen met de beschikbaarheid van verschillende micronutriënten. Magnesium ondersteunt de enzymatische activatie van vitamine D.6 Vitamine K2 zorgt dat calcium op de juiste plek terechtkomt, met name in het botweefsel. Vitamine C speelt een rol in het reguleren van ontstekingsprocessen en hormonale routes. B-vitaminen dragen bij aan methylatie en energiemetabolisme, terwijl zink en selenium belangrijk zijn voor antioxidatieve bescherming en een goed functionerend immuunsysteem. Omega-3-vetzuren ondersteunen de celmembraanfunctie en helpen het ontstekingsevenwicht te bewaren. Wanneer deze cofactoren onvoldoende aanwezig zijn, kan een functioneel vitamine D-tekort ontstaan, zelfs bij ogenschijnlijk normale bloedwaarden.

Systeemdenken

Deze inzichten verschuiven het perspectief: vitamine D functioneert niet als geïsoleerde stof, maar als onderdeel van een geïntegreerd biologisch netwerk. Dat verklaart waarom sommige interventiestudies met vitamine D geen overtuigende klinische effecten laten zien, ondanks adequate serumstijgingen.7 Het probleem ligt dan niet in de stof zelf, maar in de context waarin zij moet werken. Voor de klinische praktijk betekent dit dat het zinvol is verder te kijken dan alleen 25(OH)D. Een bredere evaluatie van magnesiumstatus, ontstekingsmarkers, glucosemetabolisme, nier- en leverfunctie kan helpen om barrières voor effectieve vitamine D-werking te identificeren.

Conclusie

Vitamine D werkt niet volgens het principe: ‘slik een pil en je waarde stijgt vanzelf’. De vitamine D-status weerspiegelt een complex samenspel van genetische aanleg, zonblootstelling, micronutriënten, metabolisme, ontsteking en hormonale balans. Het vraagt daarom om een gepersonaliseerde dosering. De orthomoleculaire geneeskunde richt zich op het herstellen van dit volledige biochemische landschap, zodat vitamine D zijn functie in het lichaam optimaal kan vervullen. In deze benadering krijgt vitamine D een plaats binnen een breder therapeutisch kader waarin ook leefstijl, stressregulatie, slaapkwaliteit en micronutriëntenstatus aandacht krijgen. 

Referenties
  1. Boucher BJ. Why do so many trials of vitamin D supplementation fail? Endocr Connect. 2020;9(11):R195–R206.
  2. Shraim R, Timofeeva M, Wyse C, et al. Genome-wide gene-environment interaction study uncovers 162 vitamin D status variants using a precise ambient UVB measure. Nat Commun. 2025 Nov 28;16(1):10774.
  3. Heaney RP. Functional vitamin D deficiency. Am J Clin Nutr. 2004;80(6 Suppl):1706S–1709S.
  4. Muscogiuri G, Altieri B, Annweiler C, et al. Vitamin D and chronic diseases: the current state of the art. Arch Toxicol. 2017 Jan;91(1):97-107.
  5. Wortsman J, Matsuoka LY, Chen TC, et al. Decreased bioavailability of vitamin D in obesity. Am J Clin Nutr. 2000 Sep;72(3):690-3. Erratum in: Am J Clin Nutr. 2003 May;77(5):1342.
  6. Uwitonze AM, Razzaque MS. Role of magnesium in vitamin D activation and function. J Am Osteopath Assoc. 2018;118(3):181–189.
  7. Scragg R, Stewart AW, Waayer D, et al. Effect of Monthly High-Dose Vitamin D Supplementation on Cardiovascular Disease in the Vitamin D Assessment Study : A Randomized Clinical Trial. JAMA Cardiol. 2017 Jun 1;2(6):608-616.