Wanneer is eigenlijk de laatste keer geweest, dat je jezelf verveelde? Dat er niets meer op je to-dolijst stond wat op dat moment ‘moest’ en je echt even niets hoefde? Ik kan me de tijd niet heugen dat ik iemand hoorde zeggen zich te vervelen. Van de mensen om mij heen hoor ik bijna alleen maar dat ze nergens meer aan toekomen, het gevoel hebben altijd ‘aan te staan’, wetende dat ze beter voor zichzelf zouden mogen zorgen maar het ze ‘gewoon niet lukt’.
Daarnaast is er een grote groep mensen die heel bewust en ogenschijnlijk gezond leeft, maar nog steeds nooit écht tot rust komt. Mensen die supplementen slikken, podcasts beluisteren over gezondheid, hun stappen tellen, intermittent fasting toepassen en tóch uitgeput blijven. Niet omdat ze méér nodig hebben, maar omdat hun zenuwstelsel nooit werkelijk herstelt.
We lijken in een tijd te leven waarin zelfs rust productief moet zijn geworden. Ontspannen mag, zolang het maar nuttig en efficiënt is. Mediteren om concentratie te verhogen. Ademhalingsoefeningen om productiever te worden. Een wandeling, maar het liefst wel met een podcast over zelfontwikkeling op je oren. Zelfs onze momenten van rust staan in dienst van optimalisatie.
En misschien is dat precies waar het misgaat. We ontspannen niet langer om even niets te hoeven en simpelweg te zijn, maar om alsnog iets te bereiken. En hoe gezondheid bevorderend deze interventies ook kunnen zijn, wanneer we steeds iets ‘moeten’, zal het zenuwstelsel voortdurend alert blijven en in chronische overlevingsstand komen. Hierdoor krijgen biologische processen als vertering, herstel en hormonale balans steeds minder prioriteit en is er weinig ruimte voor groei, verbinding of langetermijngezondheid. Het systeem gaat allereerst op zoek naar veiligheid.
Met als paradox dat een deel van deze mensen op zoek gaat naar nóg meer biohacking interventies. De oplossing lijkt dan wellicht eenvoudig: laten we simpelweg vertragen en minder doen. Maar dat is voor velen complexer dan het lijkt, omdat het dieper gaat dan een aanpassing in leefstijl.
Onder een ontregeld zenuwstelsel liggen vaak patronen en overtuigingen die op jonge leeftijd zijn ontstaan en hardnekkig zijn. Wie als kind onbewust heeft geleerd iets te moeten doen om gezien of gehoord te worden, of opgroeide bij ouders die zelf geen rust konden belichamen, zal later vaak moeite hebben om werkelijk te vertragen. Niet omdat diegene niet wíl ontspannen, maar omdat het zenuwstelsel simpelweg niet meer weet hoe.
Misschien is dat ook wat deze tijd zo verwarrend maakt: veel mensen herkennen hun spanning niet eens meer als spanning. Het gejaagde gevoel is normaal geworden. Altijd bezig zijn voelt productief, volle agenda’s geven een gevoel van bestaansrecht en echte rust kan zelfs onwennig of ongemakkelijk aanvoelen. Alsof het lichaam voortdurend op zoek blijft naar prikkels, omdat stilte confronterend is geworden.
Dat maakt zenuwstelselregulatie in mijn ogen misschien wel een van de belangrijkste gezondheidsthema’s van deze tijd. Niet als trend of nieuwe hype, maar als basisvoorwaarde voor herstel. Pas wanneer het lichaam zich veilig genoeg voelt, ontstaat er ruimte voor ontspanning, herstel, metabolische flexibiliteit en creativiteit.
We hebben anno 2026 niet alleen een probleem rondom voeding en gezondheid, maar vooral een collectief regulatieprobleem. Een maatschappij waarin we onder constante druk leven - van onszelf én van de buitenwereld - terwijl we ondertussen nauwelijks nog weten te navigeren in de eindeloze stroom aan gezondheidsinterventies en adviezen. Daardoor dreigen we steeds verder verwijderd te raken van onszelf.
Wellicht is rust niet een einddoel dat onbereikbaar lijkt of krampachtig nagestreefd moet worden, maar veel meer de weg, het pad zelf. Een manier van leven met pauzeren, ademen, voelen… en simpelweg aanwezig mogen zijn, zonder dat daar eerst iets mee bereikt hoeft te worden. Een staat van zijn, van waaruit we weer volop kunnen leven, in plaats van overleven.