Wij zijn ’s morgens niet dezelfde persoon als ’s avonds. Hoe we ons voelen, onze fijne motoriek, lichamelijke klachten, maar zelfs onze sportprestaties hebben alle een ritme met een piek en een dal op een vast moment van de dag. Zo presteren Olympische zwemmers het beste aan het begin van de avond, zelfs zoveel beter dan in de ochtend dat dit in 40% van de gevallen het verschil tussen een gouden en zilveren medaille kan zijn.1 Dit is het gevolg van het feit dat alles in ons lichaam een ritme heeft dat intern, door onze biologische klokken, wordt gestuurd. De functie van dat interne kloksysteem is om goed en efficiënt te reageren: optimaal voorbereid om ’s morgens op te staan, onze maaltijd te verteren, actief te zijn en te presteren, en om ’s avonds te kunnen gaan slapen. Als we naar die klokken luisteren verlopen al die processen dus goed, maar als we op andere tijden gaan slapen, eten of opstaan zijn we niet goed voorbereid en reageren we niet optimaal. Daardoor voelen we ons niet fit, niet uitgeslapen, krijgen we maag-darmklachten en zelfs lange termijn gezondheidsproblemen.