Een nieuwe meta-analyse bevestigt het conventionele bmi-schema: een gezond gewicht ligt tussen de 18 en 25.1 De analyse was een realisatie van Britse, Indische en Noorse onderzoekers en telde 30 miljoen deelnemers uit 230 cohortstudies. Het algemene gemiddelde lag op 25, een stuk lager dan een meta-analyse van JAMA uit 2013.2 Die vond dat het risico op sterfte het laagst was in de groep met een bmi van 25 - 30 en maakte daarmee gewag van een zogenaamde obesitasparadox. De nieuwe meta-analyse brengt enkele verklaringen met zich mee die deze paradox weer weerlegt.
Hoewel het sterftecijfer voor de volledige groep het laagst was bij een bmi van 25, was de optimale bmi voor niet-rokers veel lager:
- tussen 23 en 24 voor niet-rokers,
- tussen 22 en 23 voor gezonde niet-rokers,
- tussen 20 en 22 voor niet-rokers die meer dan 20 jaar opgevolgd werden.
De onderzoekers denken dat roken een sterke stoorfactor is die de relatie tussen bmi en sterfterisico vertroebelt. Rokers hebben gemiddeld een lagere bmi en roken is een te ernstige risicofactor voor bepaalde ziekten (longziekte, kankers).
Gewichtsverlies kan het gevolg zijn van een beginnende ziekte: gewichtsverlies gaat diagnose van een ziekte mogelijk tien tot vijftien jaar vooraf. Tijdens de eerste jaren van een bevolkingsonderzoek zal een groot aantal deelnemers – met een lage bmi – overlijden omdat ze al ziek waren. Door de overlijdens van de eerste tien tot zelfs twintig jaren niet mee te tellen – of door personen al ziek aan het begin van de studie uit de statistieken te halen –, konden de onderzoekers die stoorfactor omzeilen.
Leeftijd, opleidingsniveau, alcoholconsumptie, beweging, lichaamshoogte en voedingspatroon (dat laatste wordt nog te weinig gemeten) zijn geen grote stoorders, wat het vermoeden versterkt dat bmi daadwerkelijk een losstaande risicofactor is.
Bmi is geen goede maat voor zwaarlijvigheid, dat beseffen de onderzoekers ook. Toch zijn bmi en zwaarlijvigheid geassocieerd met een hoger risico op tal van ziektebeelden: hart- en vaatziekte, diabetes, laaggradige ontsteking en insulineresisentie. Bmi is een gevestigde risicofactor voor tien kankertypes. Omgekeerd kan ondergewicht het risico op longaandoeningen verhogen, maar die relatie is nog onduidelijk.
Voor studies van lage kwaliteit berekenden ze een optimale bmi van 27,5. Het maakt dus uit welke studies je in een meta-analyse opneemt. Opvallend is dat de meta-analyse van JAMA 'slechts' 2,9 miljoen deelnemers telde.2 Deze meta-analyse kwam aan 30 miljoen deelnemers.
De focus van toekomstige studies zal veeleer op het traject van gewicht en lichaamsvorm liggen. Zo blijkt dat voor personen die gedurende hun hele leven slank zijn het laagste sterfterisico opgaat.3 Het hoogste sterfterisico wordt gevonden diegenen die al zwaar waren tijdens de kindertijd, en altijd zwaar gebleven zijn.
- Aune D, Sen A, Prasad M et al. BMI and all cause mortality: systematic review and non-linear dose-response meta-analysis of 230 cohort studies with 3.74 million deaths among 30.3 million participants. BMJ. 2016 May 4;353:i2156
- Flegal KM1, Kit BK, Orpana H, Graubard BI. Association of all-cause mortality with overweight and obesity using standard body mass index categories: a systematic review and meta-analysis. JAMA. 2013 Jan 2;309(1):71-82
- Wild SH, Byrne CD. Body mass index and mortality: understanding the patterns and paradoxes. BMJ. 2016 May 4;353:i2433