darm-hersen
Darmmicrobioom onderscheidt depressiesubtype

Een recent gepubliceerd onderzoek in Molecular Psychiatry wijst op een mogelijk afzonderlijk subtype van depressie. Mensen met zowel een depressie als een REM-slaapgedragsstoornis vertonen kenmerken die samenhangen met een mogelijk verhoogd risico op neurodegeneratie. Verschillen in het darmmicrobioom kunnen volgens de onderzoekers mogelijk helpen om dit risico beter in te schatten.

Trefwoorden

De case-controlstudie omvatte 420 deelnemers ouder dan 40 jaar: 124 gezonde controles, 80 mensen met een depressie zonder REM-slaapgedragsstoornis (RBD), 82 met depressie en RBD en 134 met geïsoleerde RBD (iRBD) zonder psychiatrische aandoening. De gemiddelde leeftijd lag tussen 65,5 en 67,9 jaar. De deelnemers kregen klinisch en uitgebreid slaaponderzoek en leverden ontlasting in voor analyse van het darmmicrobioom. De onderzoekers verzamelden ook gegevens over onder meer medicatie, maag-darmklachten, reukvermogen en motoriek. Een aparte groep van 65 mensen met een depressie diende ter controle van het voorspellende model.

Het darmmicrobioom bij depressie met RBD verschilde van dat van gezonde controles en mensen met alleen een depressie, maar vertoonde juist overeenkomsten met iRBD. De onderzoekers vonden 37 bacteriesoorten die bij zowel depressie met RBD als iRBD afweken. Akkermansia muciniphila kwam bijvoorbeeld vaker voor en Faecalibacterium prausnitzii minder vaak. De depressie-RBD-groep had bovendien vaker obstipatie, reukverlies en subtiele motorische afwijkingen.

Ook de microbiële functies vertoonden overeenkomsten met iRBD. Het vermogen om onder andere thiamine, riboflavine en pantothenaat te produceren en complexe koolhydraten af te breken lag lager. Op basis van kenmerken van het darmmicrobioom konden de onderzoekers redelijk goed onderscheid maken tussen depressie mét en zonder RBD. In een aparte groep presteerde het model iets beter.

Volgens de onderzoekers kan depressie met RBD een biologisch onderscheidbaar depressiesubtype zijn dat samenhangt met een mogelijk verhoogd risico op neurodegeneratie. Het darmmicrobioom kan mogelijk helpen dit risico beter in te schatten. De studie toont geen oorzakelijk verband en biedt slechts een momentopname. Ook kunnen medicatie en depressieve symptomen de resultaten beïnvloeden. Langdurig vervolgonderzoek moet uitwijzen of de gevonden kenmerken daadwerkelijk neurodegeneratie voorspellen.

Referenties

Yang Y, Li N, Zhou L et al. Gut microbiome in depression with and without REM sleep behavior disorder. Mol Psychiatry. 2026. doi:10.1038/s41380-026-03773-3.