Boehringer Ingelheim, de producent van dabigatran, zou belangrijke informatie achtergehouden hebben die een veiliger gebruik van het medicament beter had kunnen waarborgen. Dabigatran is een antistollingsmiddel dat gegeven wordt aan patiënten met hartritmeproblemen. Dabigatran zou goedgekeurd zijn als een antistollingsmiddel waarbij monitoring van plasmaniveaus niet meer nodig was. Echter zijn er in 2011 542 patiëntdoden geassocieerd met dabigatran, vergeleken met 72 patiënten geassocieerd met gebruik van warfarine. In dezelfde periode waren er 2367 meldingen van bloeding door dabigatran.
Een onderzoek van The BMJ heeft aan het licht gebracht dat Boehringer wel degelijk informatie had over het nut van monitoring. Het bedrijf had dabigatran vergeleken met warfarine in een trial. Aanpassen van de dosis in functie van antistollingsactiviteit kan dus helpen om het aantal bloedingen te voorkomen. Boehringer wist dat en heeft die informatie niet willen delen. Op die manier heeft dabigatran een groot marktvoordeel gekregen ten opzichte van andere antistollingsmiddelen.
Boehringer Ingelheim is een bedrijf als een ander: uit op winst. Het testen van nieuwe medicamenten in de klinische praktijk heeft steeds minder prioriteit, dat stellen academici ook vast. Bedrijven zijn niet bereid gevoelige informatie te delen met (onafhankelijke) academici; het gaat dan om zogenaamde 'vertrouwelijke informatie.'
Even verontrustend is dat Amerikaanse en Europese regelinstanties (FDA, EMA) zich volledig berusten op onderzoek en informatie van het bedrijf zelf. Ze namen hun boodschap (lees: hun verkoopargument) gewoon over, hoewel uit de gegevens bleek dat plasmaconcentraties van het dabigatran een grillig karakter vertonen. Dabigatran had blijkbaar genoeg aan één fase-3-studie, normaal vereisen regulatoren twee trials.
Cohen D. Concerns over data in key dabigatran trial. BMJ. 2014 Jul 23;349:g4747. doi: 10.1136/bmj.g4747.