Ouderen met een milde depressie hebben mogelijk baat bij suppletie met tryptofaan. Onderzoek laat zien dat deze groep minder tryptofaan via de voeding binnenkrijgt. Bovendien lijkt het tryptofaanmetabolisme verstoord.
Aan een klinische studie namen 90 mensen tussen de 36-85 jaar deel. 60 deelnemers waren vrouw. Op basis van de Hamilton Depression Rating Scale werd de mate van depressie bepaald. Vervolgens werden de deelnemers in drie groepen ingedeeld. Een groep mensen tussen de 36-52 zonder depressie, een groep tussen de 65-82 jaar zonder depressie en een derde groep met mensen tussen de 69-85 jaar die een milde depressie hadden. Op basis van een voedingsdagboek dat gedurende 21 dagen werd bijgehouden bepaalden de onderzoekers de tryptofaaninname. Na 21 dagen werden er bloed- en urinesamples afgenomen ter analyse.
Ouderen met een milde depressie hadden een significant lagere tryptofaaninname dan leeftijdsgenoten en jongere deelnemers zonder depressie. Bovendien was het tryptofaanmetabolisme anders bij ouderen met depressie ten opzichte van de deelnemers zonder depressie. De activiteit van de enzymen die betrokken zijn in de kynurenine-pathway waren verhoogd. Tegelijkertijd was de enzymactiviteit van tryptofaanhydroxylase verlaagd. Deze combinatie van factoren leidt mogelijk tot een verminderde productie van serotonine en depressie.
Depressie is een veelvoorkomend probleem bij ouderen. De klinische presentatie en pathogenese kan anders verlopen dan bij jongere mensen, bijvoorbeeld door een veranderend metabolisme. De onderzoekers geven aan dat suppletie met tryptofaan mogelijk zinvol is bij ouderen met een milde depressie. Vervolgonderzoek moet aantonen welke dosering effectief kan zijn.
Chojnacki C, Popławski T, Chojnacki J, et al. Tryptophan Intake and Metabolism in Older Adults with Mood Disorders. Nutrients 2020, 12(10), 3183; https://doi.org/10.3390/nu12103183