Cholinestatus verbeteren bij cystische fibrose
Cholinestatus verbeteren bij cystische fibrose

Cholinesuppletie kan de cholinestatus normaliseren bij kinderen met cystische fibrose (CF, taaislijmziekte). CF-patiënten hebben een lage status omdat ze vetten en vetoplosbare voedingsstoffen slecht kunnen absorberen. Amerikaanse wetenschappers hebben een experiment gedaan met een supplement dat lysofosfatidylcholine bevat (uit sojalecithine) in combinatie met monoglyceriden en vetzuren. Lysofosfatidylcholine heeft geen lipase nodig voor vertering of opname en stimuleert tegelijk de opname van vetten.

Het cholinesupplement zorgde voor een daling van 'matige malabsorptie van vetten' van 39 % naar 11 %. Plasma-choline nam toe en minder kinderen hadden een cholinestatus die suboptimaal was. Het choline in de kuitspieren name ook toe na 12 maanden suppletie, tot een niveau vergelijkbaar bij gezonde kinderen.

Ook de status van betaïne en dimethylglycine verbeterden, met lichte verbetering van de homocysteine-methionine-verhouding. Een ander meetbaar gevolg was dat minder fosfolipiden zoals fosfatidylcholine en PE in de stoelgang terug te vinden waren, en dat dus minder choline verloren gaat via de feces.

In hoeverre dit supplement de klinische gezondheid van CF-verbetert, in eerste instantie de longfunctie, is nog niet helemaal duidelijk. Wel was er een gunstig verband tussen toename van lysofosfatidylcholine en fosfatidylcholine, en longfunctie (FEV1). Verder onderzoek zal uitwijzen in hoeverre het supplement de nutritionele status en groei bevordert.

De studie telde 110 kindpatiënten die het 'LYM-X-SORB-poeder' of placebo namen. Een zakje poeder bevatte bijna 300 mg choline. Kinderen jonger dan 12 kregen twee zakjes, kinderen tussen 12 en 18 kregen er drie. Het placebo bevatte een gelijke hoeveelheid aan calorieën, ook als vetten.

Referenties

Schall JI, Mascarenhas MR, Maqbool A et al. Choline supplementation with a structured lipid in children with cystic fibrosis: A randomized placebo-controlled trial. J Pediatr Gastroenterol Nutr. 2016 Apr;62(4):618-26.