Chroom en insulineresistentie
Chroom en insulineresistentie

Chroom blijkt geen essentiële voedingsstof (meer) te zijn. Of chroom al dan niet essentieel is voor ons lichaam, is al vijftig jaar onderwerp van discussie. Chroom stond 30 jaar geboekstaafd als een vermoedelijk essentieel element, maar recent onderzoek van o.a. John B. Vincent weerlegt dit.

Trefwoorden

ijn onderzoek toont dat ratten het zonder chroom even goed maken. Wel zorgde extra chroom voor lagere insulineniveaus na een glucosetest.

De farmacologische effecten van chroom blijven wel bestaan: het helpt de bloedsuiker, bloedvetten en insulineniveau beter onder controle te houden bij diabetes.

Een voorbeeld: Amerikaanse artsen behandelden een 62-jarige vrouw in kritieke toestand met intraveneuze chroomtoediening. De vrouw was hart- en diabetespatiënt en werd binnengebracht met hartstilstand. Na reanimatie kreeg ze te kampen met septische shock, longoedeem en een dalende bloeddruk. De bloedsuiker had onrustwekkende waarden (>1500 mg/L), welke bleven stijgen naar 4000 mg/L na insulinetherapie. Pas na intraveneuze infusie van chroom (3 µg/u gedurende vijf uur) begon de bloedsuiker te dalen. Na zes uur was de bloedsuiker in het normale bereik en konden de artsen de insulinetherapie stopzetten. Een goede bloedsuikercontrole is belangrijk voor een gunstige prognose van patiënten in kritieke toestand.

Tot nog toe is er is nog geen eiwit of enzym ontdekt dat chroom bevat als cofactor. De werkingsmechanismen van chroom blijven dus nog wat in het vage. Onderzoeker John Vincent heeft al vaak aangedrongen op meer onderzoek, omdat er veel onduidelijkheden en misverstanden bestaan over chroom. Behandeling van insulineresistentie is van groot belang omdat insulineresistentie lang voor het verschijnen van diabetes optreedt. Ca. 35  van de Amerikaanse twintigers lijdt al aan insulineresistentie!

Dierstudies hebben al een groot aantal mogelijke verklaringen gesuggereerd. Insuline stimuleert de opname van glucose via een signaalcascade waarin een tyrosinekinase-enzym een schakel vormt. Een oligopeptide-chroombinding geïsoleerd uit muizen verhoogt de tyrosinekinase-activiteit met factor 3 tot 8. De onderzoekers gaven aan deze verbinding de naam 'chromoduline', een stof die nog het dichtst in de buurt komt van een chroom-proteïne. Ook in andere processen lijkt chroom relevant te zijn: verhoging van translocatie van de glucosetransporter (dus verhoging van glucose-opname in de weefsels), verlaging van oxidatieve stress uitgelokt door hyperglycemie, enzovoort.

Chroom bevindt zich dus in de grijze zone die tussen voeding en farmacologie ligt. Misschien moeten we spreken van farmaconutritie?

Referenties

Surani SR, Ratnani I, Guntupalli B, Bopparaju S. Severe insulin resistance treatment with intravenous chromium in septic shock patient. World J Diabetes. 2012 Sep 15;3(9):170-3

Vincent JB. Chromium: celebrating 50 years as an essential element? Dalton Trans. 2010 Apr 28;39(16):3787-94. doi: 10.1039/b920480f

Yinan Hua, Suzanne Clark et al. Molecular mechanisms of chromium in alleviating insulin resistance. Journal of Nutritional Biochemistry. 2012; 23:313-319