Te veel mangaan verlaagt IQ kind
Te veel mangaan verlaagt IQ kind

Mangaan is een essentieel mineraal, maar een te hoge blootstelling bij kinderen kan neurotoxische effecten op hun hersenen hebben. Dat leidt tot lagere IQ-scores, volgens wetenschappers van de universiteit van Cincinnati in het tijdschrift NeuroToxicology. Het onderzoek vond plaats onder inwoners van Oost-Liverpool en omstreken, die al meer dan tien jaar worden blootgesteld aan te hoge mangaanconcentraties in de lucht, vanwege de aanwezigheid van een verbrandingsinstallatie van gevaarlijke stoffen, waar ook mangaan wordt verwerkt.

Trefwoorden

Bij 106 kinderen van zeven tot negen jaar oud uit Oost-Liverpool en omliggende gemeenten werd bloed en haar geanalyseerd op mangaan en lood, en serum op cotinine (biomarker voor blootstelling aan tabaksrook en nicotine). Na aanpassing voor mogelijke verstorende factoren werd alleen een negatieve associatie gevonden tussen de waarde voor mangaan in hoofdhaar en behaalde IQ-scores bij deze kinderen. Kinderen met te hoge haarmangaanwaardes hadden in cognitieve testen significant vaker lagere IQ-scores, evenals een lagere verwerkingssnelheid en een slechter functionerend werkgeheugen.

Mangaan is nodig voor de vorming van bot- en bindweefsel. Verder is mangaan betrokken bij de stofwisseling van aminozuren, cholesterol en koolhydraten. Mangaan komt voor in volkoren granen, rijst, noten, bladgroenten, fruit, vlees, vis, thee, koffie en drinkwater. Zowel een tekort als teveel aan mangaan is nadelig voor de gezondheid. De maximaal veilige dosis voor mangaan is 11 milligram/dag. Een teveel aan mangaan veroorzaakt beschadigingen aan het zenuwstelsel. Dit wordt zelden door inname via voeding veroorzaakt. In Liverpool bleek vervuilde lucht de boosdoener. Mangaan wordt vaak gebruikt voor de productie van staal en andere legeringen, batterijen, meststoffen en keramiek.

Referenties

Haynes EN, Sucharew H, Hilbert TJ et al. Impact of air manganese on child neurodevelopment in East Liverpool, Ohio. NeuroToxicology. Sept 2017; doi:10.1016/j.neuro.2017.09.001