Arginine bij astma: verkennend onderzoek

Onderzoekers hebben hun arginine-hypothese in een klinische studie met astmatici zien falen, maar tegelijk bieden de resultaten wel nieuwe perspectieven. Na analyse van het metaboloom stelden ze een nieuwe hypothese op, waarin arginine even goed een rol in speelt.

Onderzoekers van de universiteit van Californië hadden 50 deelnemers bereid gevonden om gedurende twaalf weken arginine of placebo te nemen. Zes weken later moesten de deelnemers twaalf weken lang het alternatief nemen (cross-over design). De deelnemers leden aan ernstige astma en werden vooraf gelabeld als een lage of hoge FeNO-uitstoter. FeNO staat voor fractional exhaled nitric oxide en is een maat voor de hoeveelheid stikstofmonoxide (NO) die iemand uitademt. De dagelijkse dosis bedroeg tweemaal 0,05 g arginine per kg lichaamsgewicht.

Noch de hoge of de lage FeNO-uitstoters hadden profijt van argininesuppletie. De verwachting was dat deelnemers met een lage FeNO hun astma-aanvallen beter onder controle zouden krijgen met arginine. Arginine is de 'grondstof' voor de productie van NO, dat in de bloedvaten vaatverwijdend werkt en in de luchtwegen ontsteking kan modereren.

Toch was er duidelijk een groep die wel goed reageerde op arginine. Met name deelnemers met een lage serumwaarde voor Nα-acetyl-L-arginine toonden respons. Arginine verhoogt serum-arginine en serum-Nα-acetyl-L-arginine, maar arginine kan in het lichaam ook omgeleid worden naar dimethylarginine, dat nadelige effecten heeft.

De onderzoekers willen in de toekomst de arginine-beschikbaarheidsindex (arginine/citrulline+ornithine) als instrument gebruiken. Hoe hoger die index, hoe vatbaarder de patiënt voor argininesuppletie, aldus de nieuwe hypothese.

Verschenen in de nieuwsbrief van 15 juli 2020