Fructose verhoogt bloedvetten (LDL, VLDL) en oxidatieve stress; en verlaagt HDL en insulinegevoeligheid. Turkse onderzoekers vonden dat suppletie met co-enzym Q10 en alfaliponzuur ratten beschermde tegen de negatieve gevolgen fructose. De ratten kregen een oplossing van 10 % fructose als enige bron van water, naast een normaal dieet. Vers geperst fruitsap bevat ongeveer 5 % fructose; frisdranken bevatten algauw 10 % suiker, dus de hoeveelheden fructose die aan ratten toegediend kregen, waren niet buitensporig.
Gelijkaardige effecten van fructose werden al vastgesteld bij mensen, dus erg nieuw is dit onderzoek niet. In een spraakmakende studie toonde Stanhope et al. (2009) dat fructose, en niet glucose, gedurende 10 weken (25 % van energie, als drank) vele merkers voor hart- en vaatziekten en diabetes verslechterde. Al in 1975 had William Dufty de gevaren van geraffineerd suiker aangekaart in zijn populariserend boek 'Sugar blues'. Daarin wees hij op het verslavende effect van suiker, een stelling die door hedendaags onderzoek ook ondersteund wordt.
Vandaag wijst de progressieve medische wereld fructose aan als de belangrijkste oorzaak van de epidemische toename van diabetes, die we de laatste twintig jaar gekend hebben. Fructose zit in onder andere in kristalsuiker (glucose-fructoseverbinding) en in fruit. In de VS creëert fructose een groter probleem, want de gemiddelde Amerikaan consumeert vooral high fructose corn syrup, een zoetmiddel dat minder in Europa in trek is.
Een vergelijking tussen glucose en fructose ligt echter moeilijk. Glucose heeft een hoge glycemische index (vooral in vrije vorm), een eigenschap van voeding dat erg ongustig blijkt voor de gezondheid. Fructose heeft een lage glycemische index, maar heeft toch nadelige effecten op de insulinegevoeligheid. Wetenschappers stellen dat de lever al het fructose uit de voeding opneemt en omzet naar vetten. Bij glucose zou dit minder het geval zijn. Dat we dit niet kunnen veralgemenen, blijkt uit een studie die geen grote verschillen zag tussen de (negatieve) effecten van glucose en fructose.
Aanwezigheid van vezels verlaagt de glycemische index. Vol fruit is daarom goed, maar fruitsap drink je best met mate. Een tweede fenomeen die met de hoge suikerconsumptie samengaat, is de afwezigheid van voedingsstoffen. Kinderen die veel suiker eten, krijgen gemiddeld minder voedingsstoffen binnen. Vreemd genoeg zijn sommige voedingsdeskundigen daarvan niet onder de indruk. 'Zolang ze genoeg binnenkrijgen', klinkt het bij hen, hoewel genoegzaam geweten is dat zowat elk kind (in de VS) tekorten heeft. Zulke stemmen horen we dan ook meestal vanuit de hoek van de voedingsindustrie komen. Grote boosdoeners zijn de frisdranken, die noch vezels noch voedingsstoffen bevatten.
Feit is dat zowel fructose als glucose massaal aan onze voeding toegevoegd wordt, en dat dit volstrekt overbodig is. Een simpele calorische berekening zou al een voldoende reden moeten zijn om suikerconsumptie aan banden te leggen. Voor de consument is het verwarring alom. Die is nog druk in de weer met het vermijden van (verzadigde) vetten, net iets dat we níet moeten doen. Dat leidt enkel tot verhoogde consumptie van koolhydraten, zoals dat al in de VS gebleken is.
Fernández JM, Da Silva-Grigoletto ME. A dose of fructose induces oxidative stress during endurance and strength exercise. J Sports Sci. 2009 Oct;27(12):1323-34
Özdoğan S, Kaman D et al. Effects of coenzyme Q10 and α-lipoic acid supplementation in fructose fed rats. J Clin Biochem Nutr. 2012 March; 50(2): 145–151
Dufty W. Sugar Blues. Chilton Book Co. Padnor, PA, USA (1075); Currently published by Warner Books, USA
Stanhope K, Schwarz JM et al. Consuming fructose-sweetened, not glucose-sweetened, beverages increases visceral adiposity and lipids and decreases insulin sensitivity in overweight/obese humans. J Clin Invest. 2009; 119:1322-1334