Koffie en thee helpen depressie te vermijden, dat blijkt uit een aantal bevolkingsstudies. Ook analyse van de grootschalige bevolkingsstudie NIH-AARP Diet and health study bevestigt dit: koffiedrinkers hebben 14 % minder risico op depressieve symptomen dan koffieonthouders. Maar wat gebeurt er als we de zoetstof die mensen aan een kopje koffie toevoegen, meetellen?
Uit analyse van dezelfde studiegegevens kunnen we vernemen dat het drinken van koffie met suiker of honing nog steeds een lager risico op depressie inhoudt, hoewel het verschil met niet-koffiedrinkers niet meer groot is. Aspartaam toevoegen aan koffie echter verhoogt het risico met 25 %!
Bevolkingsstudies kunnen zich niet uitspreken over eventuele oorzakelijke verbanden, dus we weten niet of aspartaam werkelijk oorzaak is van het verhoogd risico op depressie. Ook voor andere kunstmatige zoetstoffen werd een verhoogd risico gevonden. Dat kunstmatige zoetstoffen neurologische effecten hebben, is ondertussen een aantal keer beschreven geweest in de vakliteratuur. Aspartaam zou onder meer het metabolisme van neurotransmitters zoals dopamine en serotonine beïnvloeden.
De analyse van frisdrankconsumptie kwam bovendien tot gelijkaardige resultaten. Gesuikerde frisdranken verhogen het risico op depressie, maar frisdranken gezoet met andere zoetstoffen verhogen het risico sterker. Fruitdranken en ijsthee hebben weinig invloed op depressie, tenzij er kunstmatige zoetstoffen aan toegevoegd zijn. Dan stijgt het risico gestaag, per blikje dat je per dag drinkt.
Guo X, Park Y, Freedman ND et al. Sweetened beverages, coffee, and tea and depression risk among older US adults. PLoS One. 2014 Apr 17;9(4):e94715