Minder antibiotica-geassocieerde diarree bij verpleeghuisbewoners met probiotica
Minder antibiotica-geassocieerde diarree bij verpleeghuisbewoners met probiotica

Probiotica kunnen helpen het risico op antibiotica-geassocieerde diarree (AAD) in verpleeghuizen te verkleinen, zo blijkt uit een participatieve evaluatie in drie Nederlandse verpleeghuizen.

Het aantal bewoners van verpleeg- en verzorgingshuizen dat jaarlijks minimaal één antibioticakuur krijgt, ligt tussen de 47% en 79%, voornamelijk voor de bestrijding van urine- en luchtweginfecties. Een van de nadelen van antibioticagebruik is dat het leidt tot dysbiose en mogelijk antibiotica geassocieerde diarree (AAD). De langetermijneffecten kunnen aanhouden tot twee jaar na het beëindigen van de kuur en kunnen al na een antibioticakuur van enkele dagen optreden, afhankelijk van het soort antibioticum. AAD komt voor bij 2-25% van de verpleeghuisbewoners en kan leiden tot onder meer uitdroging en ondervoeding.

Onderzoekers beoogden met deze studie een procedure te ontwikkelen voor de implementatie van probiotica ter voorkoming van AAD in verpleeghuizen en om de effecten van probiotica op het voorkomen van AAD te evalueren. De onderzoeksopzet bestond uit een zogenaamde pragmatische participatieve evaluatie (PPE). De implementatie vond plaats in drie verpleeghuizen van Rivas Zorggroep bij bewoners met somatische en/of psychogeriatrische aandoeningen. De onderzoekers verzamelden data van 93 bewoners over 167 antibioticakuren. Bij 84 antibioticakuren kregen de bewoners probiotica en bij 83 niet. Het ging om een multi-species probioticum (meerdere bacteriesoorten in één supplement) dat twee keer per dag werd ingenomen (met water of zuivel) vanaf de eerste dag van de antibioticakuur tot één week na het beëindigen van de antibioticakuur. Personeel hield bij hoe vaak AAD voorkwam en het implementatieproces werd geëvalueerd.  

Het aantal gevallen van AAD bij gebruik van probiotica was significant lager dan zonder gebruik van probiotica (20% versus 36%). Er was geen significant verschil in het voorkomen van AAD tussen bewoners die amoxicilline/clavulaanzuur of ciprofloxacine gebruikten.

Een van de uitdagingen was de inname door de bewoners. Sommigen hadden problemen met smaak, anderen wilden in de middag niet extra drinken uit angst om ‘s nachts te moeten plassen. Omdat probiotica niet vergoed worden door de zorgverzekering, speelt met name de prijs een belangrijke rol. Ook voelen niet alle diëtisten zich vrij om zonder overleg met de verantwoordelijke arts probiotica in te zetten.

Referenties

van Wietmarschen, H. A., et al. Probiotics use for antibiotic-associated diarrhea: a pragmatic participatory evaluation in nursing homes. BMC gastroenterology, 2020, 20: 1-9. https://doi.org/10.1186/s12876-020-01297-w