Suppletie van 1200 I.E. vitamine D3 gedurende 12 maanden vertraagt de achteruitgang van de ziekte van Parkinson. De behandeling blijkt erg effectief: per 6 patiënten die behandeld moeten worden, realiseren we bij één patiënt een (vooralsnog tijdelijke) stabilisatie van de ziekte.
Tot de vele functies van vitamine D rekenen we in de eerste plaats de opbouw van de bot- (calciumopname en rechtstreeks) en spiermassa. Bij ouderen zien we bijvoorbeeld dat vitamine D de spierkracht verhoogt en het risico op vallen vermindert, dus is het niet onlogisch dat parkinsonpatiënten baat hebben bij vitamine D-suppletie. Wel zijn we niet zeker of de verbetering van symptomen het gevolg is van betere spierkracht of van een daling van de ziekteactiviteit.
Parkinsonpatiënten hebben bovendien gemiddeld lagere vitamine D-waarden in het bloed (25OH-D), en hoe ernstiger de ziekte, hoe lager ze zijn. Ander onderzoek toonde aan dat het risico op parkinson drie keer hoger ligt bij personen die lage D-waarden hebben.
In het hersengebied dat bij parkinsonpatiënten beschadigd geraakt, bevinden zich vitamine D-receptoren en enzymen die vitamine D activeren. Genetisch onderzoek toont dat verminderde activiteit van de vitamine D-receptor geassocieerd is met hoger risico op parkinson. Mogelijk is er dus wel degelijk sprake van rechtstreekse effecten van vitamine D.
Masahiko Suzuki, Masayuki Yoshioka et al. Randomized, double-blind, placebo-controlled trial of vitamin D supplement in Parkinson’s disease. Am J Clin Nutr. 2013; doi: 10.3945/ajcn.112.051