Ebola bestrijden met twee flavonoïden
Ebola bestrijden met twee flavonoïden

Indiase bio-informatici hebben via computerberekeningen twee flavonoïden geïdentificeerd die de vermenigvuldiging van het ebolavirus zouden remmen. Ze gebruikten hiervoor twee databanken van respectievelijk 500 en 4000 flavonoïden en berekenden voor elk flavonoïde de bindingscapaciteit aan vier viruseiwitten. Volgens hun berekeningen zouden gossypetine en taxifoline sterker aan de virale eiwitten binden dan het kandidaatgeneesmiddel BCX4430.

Gossypetine is een flavonol uit de bloemen van Hibiscus sabdariffa (roselle), die in Azië en Afrika voor thee gebruikt worden. Taxifoline is onder meer aanwezig in coniferen en naaldbomen (Chinese taxus, Siberische lork en de deodarceder), en zit ook in het silymarine-extract van mariadistel. De antivirale activiteit van deze flavonoïden was al uit eerdere experimenten gebleken. Ze zijn dus veilig genoeg om ingezet te worden in de strijd tegen ebola.

Virussen hebben een beperkt aantal genen, ebola heeft er amper zeven. Voor het overige gebruiken virussen enzymen van de gastheercel die ze infecteren. De vier eiwitten die in dit onderzoek geanalyseerd werden, zijn eiwitten die het infectie- en replicatieproces van het ebolavirus begeleiden. Binding met flavonoïden kan de werking van deze eiwitten blokkeren.

Ebola is nog steeds een onbehandelbare, vaak dodelijke virusinfectie. De nood aan nieuwe medicatie is dus zeer groot. Tegenwoordig zijn wetenschappers in staat om via computeranalyse nieuwe potentiële geneesmiddelen te vinden. Ze maken dan gebruik van grote databanken die de structuur van moleculen bevatten en van software die binding met eiwitten kunnen voorspellen.

Referenties

Raj U, Varadwaj PK. Flavonoids as multi-target inhibitors for proteins associated with Ebola virus: in-silico discovery using virtual screening and molecular docking studies. Interdiscip Sci. 2015 Feb 6