Zelfregulering helpt niet bij alcoholmarketing
Zelfregulering schiet tekort bij aanpak alcoholmarketing

Marketing van alcohol terugdringen is nodig om het gebruik ervan af te remmen, vooral onder jongeren. En preventie kan niet worden overgelaten aan de industrie zelf. Dat is te lezen in Nederlands onderzoek van de Universiteit Twente, de Universiteit van Amsterdam en Tactus Verslavingszorg, in opdracht van ZonMw. Het sluit aan bij de doelstellingen van het Nationaal Preventieakkoord.

Trefwoorden

In dit akkoord (2018) is door de overheid en tientallen maatschappelijke organisaties een groot aantal doelstellingen geformuleerd om de gezondheid te bevorderen. Centraal staat, naast de aanpak van roken en overgewicht, het doen verminderen van problematisch alcoholgebruik. In 2040 zou het aantal probleemdrinkers teruggebracht moeten zijn van de huidige 8,8% naar 5%. Daarnaast is het streven dat vanwege de grote risico’s zowel zwangere vrouwen als jongeren geen alcohol meer gebruiken. Om dat te bereiken, is afgesproken dat marketing niet mag bijdragen aan problematisch alcoholgebruik en geen effect mag hebben op alcoholgebruik door zwangere vrouwen en jongeren.

De campagne moet vooral het gebruik onder jongeren ontmoedigen vanwege de grotere hersenschade door drinken op jonge leeftijd. Marketing zou hen zo min mogelijk moeten beïnvloeden en daarbij moet vooral worden gedacht aan sociale media, want televisiereclame heeft aan betekenis ingeboet. Uit het onderzoek blijkt dat er ‘overtuigend bewijs [is] voor een causaal verband tussen blootstelling aan alcoholmarketing en alcohol drinken op jonge leeftijd’. Om daar verandering in te brengen, kan niet worden vertrouwd op zelfregulering en zelfmonitoring door de industrie. Deze doen de consumptie niet afnemen, maar kunnen zelfs leiden tot méér alcoholgebruik.

Referenties

Van Hoof JJ, Hendriks H, Noort PD, et al. (2020). Kennissynthese alcoholmarketing: Literatuuronderzoek naar de impact en het effect van alcoholmarketing op problematisch alcoholgebruik naar aanleiding van het Nationaal Preventieakkoord. University of Twente.