Wetenschappers uit Australië en Nieuw-Zeeland vinden de body mass index (BMI) achterhaald en pleiten voor het meten van het percentage lichaamsvet om gezondheidsrisico’s realistisch in kaart te brengen. De BMI als maat voor de verhouding tussen lengte en gewicht deelt mensen in de categorieën ‘ondergewicht’, ‘gezond gewicht’, ‘overgewicht’ of ‘obesitas’. Uit berekeningen blijkt dat op basis van BMI 39 tot 49 % van de mensen een te hoog gewicht heeft. Zestig tot 76 % van de mensen heeft echter een te hoog percentage lichaamsvet. Daarom worden gezondheidsrisico’s onderschat.
Bij bepaling van de BMI vallen sommige mensen in de categorie ‘gezond gewicht’, terwijl ze wel te veel lichaamsvet hebben en daardoor meer risico op chronische ziekten lopen. De wereldwijde epidemie van obesitas blijft groeien, maar onderzoeksresultaten met de BMI als maat tonen alleen het topje van de ijsberg. Het aantal mensen met te veel lichaamsvet blijkt veel hoger te liggen dan op basis van BMI wordt gedacht. Om dat te berekenen gebruikten de onderzoekers gegevens van de wereldbevolking uit het jaar 2014: 7,2 miljard mensen. Hun percentage lichaamsvet werd geschat. Van de wereldbevolking heeft 39 tot 49 procent te hoog BMI, terwijl 62 tot 76 procent een te hoog percentage lichaamsvet heeft.
Daarom stellen de onderzoekers een nieuwe indeling voor op basis van het percentage lichaamsvet met een onderscheid tussen de categorieën ‘te weinig vet’, ‘normaal vet’, ‘te veel vet’. Deze objectieve termen ter beschrijving van de lichaamssamenstelling kunnen bewustzijn creëren over de gezondheidsrisico’s en mensen anders naar de gezondheid van hun lichaam laten kijken. Objectieve niet-stigmatiserende termen kunnen motiveren om vet te willen verliezen. De wetenschappers pleiten voor algemeen gebruik van de nieuwe indeling op basis van vetpercentage om de gezondheid wereldwijd te verbeteren.
Maffetone PB, Rivera-Dominguez I, Laursen PB. Overfat and Underfat: New Terms and Definitions Long Overdue. Public Health. Jan 2017 doi:10.3389/fpubh.2016.00279