In een editorial van het gezaghebbende vakblad Annals of internal medicine hebben vier artsen het gebruik van voedingssupplementen sterk ontmoedigd. Ze laten weinig ruimte voor twijfel: 'The case is closed. Voor goed doorvoede volwassenen leveren de (meeste) mineraal- en vitaminesupplementen geen duidelijk nut en kunnen zelfs schadelijk zijn. Deze vitaminen mogen niet gebruikt worden in de preventie van chronische ziekten. Genoeg is genoeg.'
Dit is een reactie op de resultaten van drie publicaties in hetzelfde vakblad, die inderdaad weinig positiefs te melden hebben. Een eerste publicatie (Fortmann 2013) betreft een meta-analyse van studies die voedingssupplementen gebruikten bij primaire preventie van kanker of hart- en vaatziekten. Hun slotsom: er is weinig bewijs dat supplementen een rol spelen in de preventie van deze ziekten.
Echter hebben die studies belangrijke tekortkomingen. Vaak gaat het om studies met enkelvoudige supplementen, zoals bètacaroteen, vitamine E, vitamine C of selenium. Zelden duren die studies meer dan 10 jaar, dus kunnen we op voorhand niet erg optimistisch zijn over de uitkomst. Dezelfde meta-analyse bracht overigens wel aan het licht dat mannen die een volwaardige multi namen (> 10 jaar) een bescherming tegen kanker genoten van 6 %. Geen ophefmakend resultaat, maar het suggereert wel dat de studieopzet aan herziening toe is.
Een tweede studie is (eigenaardig genoeg) de sterk bekritiseerde TACT-trial (Lamas 2013). Een groep van hartpatiënten ondergingen hierbij chelatietherapie, maar vele deelnemers haakten af omwille van de intraveneuze behandelingen die ze moesten ondergaan. Na elke sessie kregen patiënten ook een multivitamine-mineraalsupplement. Volgens een nieuwe analyse hadden deze patiënten een verminderd risico op hart- en vaatziekten van 11 %. Niet-significant, maar ook geen onaardig resultaat.
Tot slot kwam er een langdurige studie (> 12 jaar) aan bod die het effect van een multi (28 componenten) onderzocht op de cognitieve achteruitgang bij bijna 6000 artsen van minstens 65 jaar (Grodstein 2013). Ze namen bètacaroteen, vitamine E (synthetische alfatocoferol), vitamine C (55 mg) of een multivitamine (Centrum Silver Pfizer). Geen enkele van die regimes had een effect.
Een euvel waar vele studies aan lijden, is dat suppletie op een te late leeftijd begonnen wordt, op een moment dat er weinig aan te doen valt. In een eerdere analyse van dezelfde studie was er wel een suggestief gunstig effect dankzij de inname van bètacaroteen gedurende meer dan 18 jaar.
De resultaten blijven echter overwegend negatief, dus zullen de aanbevelingen rond supplementen niet veranderen. Jammer genoeg gaan commentatoren te snel voorbij aan de vele voedingstekorten, die zelfs in de westerse populaties aanwezig zijn. Dat maakt de stelling 'supplementen zijn niet nodig' evenzogoed onhoudbaar.
Guallar E, Stranges S et al. Enough is enough: stop wasting money on vitamin and mineral supplements. Ann Intern Med. 2013;159(12):850-851
Fortmann SP, Burda BU et al. Vitamin and mineral supplements in the primary prevention of cardiovascular disease and cancer: An updated systematic evidence review for the U.S. Preventive Services Task Force. Ann Intern Med. 2013 Nov 12
Lamas GA, Boineau R et al. Oral high-dose multivitamins and minerals after myocardial infarction: a randomized trial. Ann Intern Med. 2013;159(12):797-805
Grodstein F, O'Brien J et al. Long-term multivitamin supplementation and cognitive function in men: a randomized trial. Ann Intern Med. 2013;159(12):806-814