Eerst kalmeren, dan voeden en duiden
Eerst kalmeren, dan voeden en duiden
Post-partumdepletie als gemiste schakel in het kraambed

Post-partumdepressieve klachten worden in de klinische praktijk vaak primair psychiatrisch benaderd. Toenemend bewijs laat zien dat bij een substantieel deel van de vrouwen deze klachten samenhangen met fysiologische tekorten en stressgerelateerde neurobiologische ontregeling. In dat geval is er sprake van ‘depletie’ in plaats van ‘depressie’. Het ontbreken van systematische somatische screening leidt tot overdiagnose van post-partumdepressie en suboptimale behandeling. Dit artikel bepleit een geïntegreerde benadering waarin vroege somatische evaluatie een standaardonderdeel vormt van de diagnostiek bij post-partumstemmingsklachten. Een voedingsgeneeskundige blik draagt bij aan optimalisatie van herstel en is een belangrijk onderdeel binnen een integrale benadering van post-partumzorg.

In Nederland bevallen jaarlijks rond de 166.000 vrouwen. Van hen krijgt 8 tot 12% (± 15.000 tot 23.000 vrouwen) een diagnose post-partumdepressie of voldoet aan de criteria.1 Over het vóórkomen van post-partumdepletie zijn geen cijfers beschikbaar omdat hier geen officiële diagnose voor bestaat en dus ook geen registratie van plaatsvindt. Gezien het hoge aantal vrouwen dat al tijdens de zwangerschap te kampen heeft met een ijzergebrek,2 is het van groot belang dat we bij de beoordeling van stemmingsklachten in het kraambed en het eerste jaar na de bevalling een brede blik hanteren bij de diagnostiek en het opstellen van een behandelplan.

Het risico op depressieve klachten post partum is wereldwijd 10 tot 20%, maar dat zegt niets over individuele context: cultuur, steun, werk en gezondheid spelen een rol.3 Het gaat niet alleen om hormonen of psyche, want de risicofactoren zijn breed: sociale, materiële en biologische factoren spelen mee. post-partumvermoeidheid is bijna normatief, maar verschilt in intensiteit: veel vrouwen ervaren ernstige vermoeidheid en uitputting, maar dit wordt - vooral in traditionele zorg - niet altijd als klinisch relevant gezien.4

Post-partumdepressie (PPD) is een psychische aandoening. De kern ligt in stemmingsverandering en verlies van levenslust. Typisch zijn diepe somberheid, gevoelens van waardeloosheid of schuld, angstgedachten, prikkelbaarheid, huilbuien, vervreemding van de baby en soms gedachten aan zelfbeschadiging. De oorzaak is multifactorieel: hormonale schommelingen, genetische kwetsbaarheid, eerdere depressies, stress, trauma en gebrek aan steun. De behandeling richt zich meestal op psychotherapie, steeds vaker medicatie en het versterken van sociale steun.

Post-partumdepletie (PPDe) is primair een lichamelijk–energetische uitputtingstoestand. De psyche lijdt mee, maar de oorzaak is dat het lichaam letterlijk is leeg getrokken. Zwangerschap, bevalling, borstvoeding, slaaptekort en mentale belasting hebben reserves uitgeput die niet zijn aangevuld. Denk aan tekorten aan ijzer, B12, zink, magnesium, omega-3, aminozuren, maar ook aan uitgeputte bijnieren, een ontregeld zenuwstelsel en verlies van vitale energie. Symptomen zijn extreme vermoeidheid, brain fog, prikkelbaarheid, huilerigheid, angst, concentratieproblemen, somberheid, laag zelfvertrouwen en het gevoel ‘ik kan dit niet’. Deze vrouwen zeggen vaak: ‘Ik wil wel, maar ik heb geen kracht.’

Het cruciale verschil

Bij PPD is de wil er niet, bij PPDe ontbreekt de kracht. En daar gaat het vaak mis. Een uitgeput lichaam kan geen stabiele emoties dragen. Biologie stuurt gedrag. Een leeg systeem kan geen liefde, geduld of vreugde produceren. En zo ontstaat de gedachte dat er sprake is van een psychische aandoening. Veel vrouwen die denken dat ze ‘psychisch falen’, zijn in werkelijkheid biologisch en energetisch ondervoed.

Er is uiteraard overlap. Langdurige depletie kan uitmonden in een depressie. En een depressie gaat vaak gepaard met lichamelijke uitputting. Maar de ingang voor heling is anders. Daarom is het belangrijk om eerst helder te krijgen of er niet (ook) sprake is van depletie alvorens direct te starten met medicamenteuze therapie.

Herken de verschillen

In gesprek met een kraamvrouw is het altijd goed om aandacht te hebben voor de lichaamstaal van haar verhaal, niet alleen voor haar woorden. Een vrouw die beschrijft dat zij wel wil zorgen, genieten en verbinden met haar baby, maar ook zegt: ‘Mijn lijf kan niet meer’, heeft waarschijnlijk te maken met depletie. Terwijl de vrouw die zegt: ‘Ik voel niets, of alleen zwaarte. Zelfs als ik rust heb, blijft het donker’, tekenen toont van een depressie. Bij depletie zien we dat energieniveaus toenemen na rust, voedzaam eten, sociale steun en een paar rustige dagen. Een vrouw met een depressie zal zelfs na rust of ontlasting van zorg nauwelijks verbetering ervaren en mogelijk ook afstandelijk reageren op de zorg die haar wordt aangeboden.

Depletie na een zwangerschap kent een lange aanloop. Een langzaam ontstaan van een tekort aan nutriënten in het lichaam vertroebelt de diagnostiek. Klachten zoals duizeligheid, hartkloppingen, kouwelijkheid, haaruitval, spierzwakte, brain fog en lage stresstolerantie worden steeds een beetje erger. Hierdoor worden ze makkelijk over het hoofd gezien of geduid als ‘het hoort er bij’. Een vrouw met depletieklachten zal eerder de typische ‘sterke vrouw’ zijn. De doorzetter die langere tijd teveel heeft gevraagd van zichzelf en haar lichaam, mede door perfectionisme of groot verantwoordelijkheidsgevoel gedreven. Zij neigt naar zelfkritiek vanuit machteloosheid omdat zij gewend is haar leven goed op orde te hebben. De uitspraak ‘waarom lukt dit me niet?’ hoor je bij haar eerder dan de woorden ‘ik ben niet goed genoeg’.

Bij een depressie zien we vooral psychomotorische remming en spelen slaap of eetstoornissen zonder duidelijke lichamelijke tekorten. In haar voorgeschiedenis heeft de kraamvrouw soms al eerdere depressieve episodes doorgemaakt. Ook kan een familieanamnese van stemmingsstoornissen in het gesprek naar voren komen.

Vuistregel voor de praktijk

Als fysieke interventies binnen twee tot vier weken duidelijke verlichting geven, was er sprake van depletie. Blijft de somberheid autonoom aanwezig, denk dan aan depressie of comorbiditeit. Vraag altijd na hoe de zwangerschap is verlopen en wat voor bevalervaring er is geweest. Er kan al tijdens de zwangerschap sprake zijn geweest van depletie, bijvoorbeeld ten gevolge van ijzergebrek. Ook dan kunnen angstklachten het signaal zijn geweest dat medicalisering in de hand heeft gewerkt, terwijl er eigenlijk iets anders aan de hand was.

Veertig dagen kramen

Kenmerkend voor de situatie waarin een kraamvrouw zich bevindt, is dat zij veelal aanzienlijk bloedverlies heeft gekend gedurende of na de bevalling. Zij heeft, mede voor de productie van borstvoeding, een verhoogde nutriëntenbehoefte. Er vinden grote hormonale en immunologische verschuivingen plaats, terwijl slaaptekort en verhoogde psychosociale stress aan de orde van de dag zijn. Emotionele schommelingen tussen grote vreugde en gevoelens van kwetsbaarheid, onzekerheid en stress door tegenstrijdige adviezen van zorgverleners of familie maken het leven van een kraamvrouw al lastig genoeg. Depletie ligt hierdoor bij een groot aantal vrouwen op de loer.

Binnen de ayurvedische traditie geldt een kraamtijd van veertig dagen, terwijl in Nederland de kraamzorg meestal binnen een week vertrokken is en moeders van zichzelf verwachten dat zij binnen twee weken na de bevalling weer volledig op de been kunnen zijn. Als zorgprofessional kunnen wij jonge ouders bewust maken van het belang van langdurige aandacht voor post-partumherstel. Dit kan zowel voor het kind als de moeder een groot verschil maken op de lange termijn.

Gezond herstel

Tekorten aanvullen is noodzakelijk, maar zelden voldoende als eerste en enige stap.

Bij PPDe ligt de sleutel in:

diepe rust (niet alleen slapen, maar ook herstel van het zenuwstelsel), voedende voeding en gerichte suppletie, begrenzing en ontlasting van mentale en emotionele taken, warmte, nabijheid en gedragen worden, herstel van ritme, adem en hartcoherentie.

Bij het opstellen van een behandelplan is het van belang dat er oog is voor de neurobiologische staat; in hoeverre is de kraamvrouw in een staat van sympathische activatie? Bij acute PPDe staat het lichaam vaak in sympathische overdrive of collaps. De spijsvertering is geremd, de lever overbelast, de darmpermeabiliteit verhoogd.5,6 Je kunt ijzer, B12 en magnesium geven, maar opname blijft suboptimaal. Sommige vrouwen voelen zich zelfs slechter: meer onrust, misselijkheid, hartkloppingen. Dat wordt dan foutief gezien als ‘psychisch’ of ‘overgevoelig’. In werkelijkheid voelt het lichaam onvoldoende veiligheid waardoor het niet kan ontvangen. Als het lichaam in een overlevingsmodus blijft hangen omdat aan de onderliggende oorzaken van de depletie niets wordt gedaan, zien we ook dat voeding en suppletie onvoldoende effect sorteren.

Voor sommige vrouwen werkt het enorm validerend om meteen tekorten te meten. Dat haalt schuld weg. Voor andere vrouwen versterkt het juist het gevoel: ‘Ik ben stuk. Mijn lijf faalt.’ Zeker bij perfectionistische, plichtsgetrouwe moeders kan dit onbewust de stress verhogen, waardoor herstel vertraagt. Focus daarom in eerste instantie op regulatie van het zenuwstelsel en rust, vervolgens op het in kaart brengen van de mogelijke oorzaken (zie kader). Metingen en suppletie kunnen daarna een plek krijgen.

Voeding en gedragen worden

Als we in deze situatie voeding inzetten als kleurrijk en verwarmend medicijn, werkt het tweeledig. Het voorziet de kraamvrouw en haar baby van de nodige micronutriënten en vetzuren. Daarnaast ondersteunt het in de creatie van zelfzorgrituelen die ritme en veiligheid brengen, waardoor zij zich gedragen voelt. In het algemeen geldt:

liever warm dan koud voedsel, liever vetten + eiwitten dan alleen koolhydraten, liever eenvoud dan perfectie, liefdevol herhalen is belangrijker dan variatie afdwingen.

Hoogwaardige supplementen kunnen ondersteunend werken. Daarbij is het van belang om de dosis in eerste instantie laag te houden en de respons te monitoren. Zijn er heftige reacties die wijzen op slechte opname, stel dan gebruik van suppletie uit totdat het zenuwstelsel voldoende is gekalmeerd en begin dan opnieuw.

Pril ouderschap als initiatie

De eerste duizend dagen van een mensenleven hebben impact op de rest van een mensenleven. Jonge ouders zijn zich hier steeds bewuster van en voelen zich makkelijk schuldig. Perfectionisme en de angst om fouten te maken, kunnen verlammend werken en extra stress geven, terwijl die prille ouderschapsfase juist mag gaan over loslaten, ontspannen, verbinden en Zijn. Er is niet alleen een kind geboren, maar ook een moeder en een vader. Deze transformatie mag met recht een initiatie genoemd worden.

Professionals die zich in de kraamtijd bewust zijn van de co-regulerende rol die zij spelen als emoties voor jonge ouders moeilijk te hanteren worden, maken een groot verschil voor ouders en kind. Er zijn voor de ouders, met een luisterend oor, een rustige ademhaling en compassie is vaak al genoeg om beginnende paniek te couperen en bij te sturen in de richting van ontmoeten, ervaren en zijn met wat er is. Laat het kraambed voor jouw cliënten als een warm welkom voelen waarin zij zich gevoed en gesteund weten. Waarin hun harten zich kunnen openen voor hun kind, het nieuwe leven en de nieuwe mens die zij zojuist geworden zijn.7

Tabel 1 Nutriëntrijke voeding voor kraamvrouw en baby
IJzer (goed opneembaar)
  rundvlees, lamsvlees, wild
  lever (kleine hoeveelheden, af en toe)
  eidooier
  linzen, kikkererwten (met vitamine C combineren)
  biet, peterselie, spinazie
Vitamine B12
  eieren
  vette vis (sardines, zalm, makreel)
  rund- of kippenbouillon van botten
  zuivel (yoghurt, kefir)
Folaat
  donkergroene bladgroenten (spinazie, snijbiet)
  avocado
  asperges
  linzen
  broccoli
Omega-3 (DHA/EPA)
  sardines (blik is prima)
  zalm, haring, makreel
  walnoten, lijnzaad (aanvullend, niet vervangend)
Magnesium en zink
  pompoenpitten
  amandelen
  cacao
  havermout
  boekweit
Vitamine C (opname-helper)
  paprika
  citrus
  bessen
  peterselie
  kiwi
Voeding
Holistisch arts

Oorzaken van tekorten

IJzer- en B12-tekorten post partum zijn zelden alleen een gevolg van een te lage inname. Ze komen door:

  • bloedverlies,
  • inflammatie,
  • hormonale verschuivingen,
  • bijnieruitputting,
  • chronisch overgeven in zwangerschap,
  • langdurige stress vóór de bevalling.

Klinisch onderzoek dat kan bijdragen aan diagnostiek

  • ferritine (naast Hb),
  • vitamine B12 en foliumzuur,
  • vitamine D,
  • omega-3-status (indien beschikbaar),
  • schildklierfunctie bij persisterende klachten.

Een somatische evaluatie kan prima worden gecombineerd met psychologische screening.

Referenties
  1. https://www.vakbladvroeg.nl/campagne-toont-vele-gezichten-postpartum-de…
  2. Nienke Stoop. Zwanger en ijzergebrek: een blinde vlek? Voedingsgeneeskunde, 2025/4.
  3. Hahn-Holbrook J, Cornwell-Hinrichs T, Anaya I. Economic and Health Predictors of National Postpartum Depression Prevalence: A Systematic Review, Meta-analysis, and Meta-Regression of 291 Studies from 56 Countries. Front Psychiatry. 2018 Feb 1;8:248.
  4. Henderson J, Alderdice F, Redshaw M. Factors associated with maternal postpartum fatigue: an observationalstudy. BMJ Open. 2019 Jul 27;9(7):e025927.
  5. Glynn LM, Davis EP, Sandman CA. New insights into the role of perinatal HPA-axis dysregulation in postpartum depression. Neuropeptides. 2013 Dec;47(6):363-70.
  6. Fisher JP, Young CN, Fadel PJ. Central sympathetic overactivity: maladies and mechanisms. Auton Neurosci. 2009 Jun 15;148(1-2):5-15.
  7. Yim IS, Tanner Stapleton LR, Guardino CM, et al. Biological and psychosocial predictors of postpartum depression: systematic review and call for integration. Annu Rev Clin Psychol. 2015;11:99-137.