Veel voedingsstoffen kunnen staar helpen voorkomen

Het komt niet vaak voor dat in één onderzoek van een reeks voedingsstoffen tegelijk werkzaamheid wordt aangetoond in het voorkomen van een ziekte. Dat is het geval in een meta-analyse naar de preventieve werking van vitaminen en carotenoïden op het ontstaan van leeftijdsgebonden cataract ofwel (‘grijze’) staar. Ter verduidelijking: het gaat hier niet om glaucoom, ook wel ‘groene staar’ genoemd.

De meest voorkomende vorm is ouderdomsstaar, waarvan de prevalentie hoger wordt met de toename van de leeftijd. De achter de pupil gelegen ooglens, die normaal helder en doorzichtig is, wordt troebel door het samenklonteren van eiwitten. Licht bereikt het netvlies dan niet goed meer, met als gevolg dat men wazig gaat zien.

Als er eenmaal staar is ontstaan, kan deze alleen verholpen worden met een operatie: de plaatsing van een kunstlens. Het is echter wel mogelijk de kans op het ontstaan ervan te verkleinen. Bekend is dat diabetes, veel zonlicht, het gebruik van tabak en alcohol en van bepaalde medicijnen (met name ontstekingsremmers) staar bevorderen. Dat geldt ook voor ongezonde voeding, maar omgekeerd kan een voldoende inname van een reeks voedingsstoffen preventief werken.

De meta-analyse omvatte twaalf cohortstudies en acht RCT’s, ontleend aan medische databases tot juni 2018. In de cohortstudies werd een significante associatie gevonden met een verlaagd risico op staar voor de meeste vitaminen en carotenoïden. De belangrijkste waren de vitaminen A, C en E en de carotenoïden bètacaroteen, luteïne en zeaxanthine. Bij de RCT’s kon geen signifiant preventief effect worden aangetoond voor vitamine E en bètacaroteen, wanneer deze werden vergeleken met een placebo. Het bewijs bij deze onderzoeken met controlegroepen was dus minder duidelijk.

De onderzoekers pleegden ook een dosis-respons analyse van de resultaten uit de cohortstudies. Het risico op staar nam significant af naarmate de inname van de betreffende voedingsstof optimaler was. Dat effect was het duidelijkste bij luteïne en zeaxanthine, die vaak worden ingezet bij oogproblemen: bij elke verhoging van de inname van een van beide stoffen met 10 mg per dag nam het risico op staar met 26% af. Met een 18% afname bij 500 mg extra scoorde ook vitamine C goed. In mindere mate gold dat voor bètacaroteen (5 mg – 8%) en vitamine A (5 mg – 6%).

Verschenen in de nieuwsbrief van 8 februari 2019