Invloed lichaamsbeweging op sterfte nog groter dan gedacht

Het is intussen een gemeenplaats, maar wel een heel belangrijke: dat lichaamsbeweging een bepalende factor in onze gezondheid is. Het verband is sterker dan we misschien denken, zo blijkt uit een recente studie naar aerobe en spiertraining. Het onderzoek omvatte de gegevens van bijna een half miljoen mensen en werd uitgevoerd aan de hand van de in de Verenigde Staten geldende richtlijnen. Onderstreept wordt dat een actieve leefstijl de levensverwachting verhoogt.

Op basis van zelfrapportage in het kader van een langlopend gezondheidsonderzoek, de National Health Interview Survey (NHIS), werd van de in totaal 479.856 deelnemers van 18 jaar en ouder de fysieke activiteit bepaald en getoetst aan de richtlijnen. In de VS houden die in:

  • aerobe fysieke activiteit (relatief lage intensiteit en lange duur) zoals wandelen, fietsen of zwemmen: wekelijks tenminste 150 minuten van gematigde of 75 minuten van intensieve activiteit of een combinatie van beide;
  • spierversterkende activiteit (relatief hoge intensiteit en korte duur) zoals krachtsport of sprinten: gematigde of intensieve activiteit op twee of meer dagen per week.

Van degenen die gestorven waren, werden op basis van de National Death Index (NDI) de doodsoorzaken genoteerd en verdeeld in overlijden ongeacht oorzaak en een achttal specifieke oorzaken. Daarmee werd de studie omvangrijker en specifieker dan tot nu toe het geval was omdat in onderzoeken vooral aandacht was besteed aan het verband met vaataandoeningen en kanker.

Gedurende een follow-up van gemiddeld 8,75 jaar overleden 59.819 deelnemers door all causes, 14.375 door kanker, 13.509 door hart- en vaatziekten, 3188 door ziekten van de onderste luchtwegen, 2477 door ongelukken en verwondingen, 1803 door diabetes mellitus, 1470 door de ziekte van Alzheimer, 1135 door influenza en longontsteking en 1129 door nierziekten.

Meer dan de helft van de onderzoeksgroep, in totaal 268.193 personen, voldeed aan geen van de richtlijnen voor fysieke activiteit. Het aantal mensen dat de norm haalde voor aerobe activiteit lag op 113.851 (23,7%), waarmee zij hun risico op all cause mortality met 29% verminderden. Daarnaast liepen zij een verminderd risico op sterfte voor alle acht onderzochte doodsoorzaken.

Aan alleen de richtlijn voor spieroefeningen voldeden 21.428 personen (4,5%), wat een algemene risicoreductie van 11% betekende. Een specifieke risicovermindering deed zich hier voor ten aanzien van drie van de acht doodsoorzaken: hart- en vaatziekten, kanker en ziekten van de onderste luchtwegen. Ten slotte waren er 76.384 mensen (15,9%) die aan de norm voor beide soorten activiteit voldeden. Deze personen reduceerden fors hun risico op algehele sterfte en wel met 40%.

De auteurs doen ten slotte nog een opmerkelijke observatie. Voldoen aan de normen voor fysieke activiteit loont voor iedereen, maar blijkt vooral belangrijk in het omgaan met en de behandeling van chronische ziekte. Want er is sprake van "greater survival among adults with a diagnosis of chronic conditions who engaged in recommended aerobic physical activity only or in both aerobic and muscle strengthening activities than those who were generally healthy’".

Verschenen in de nieuwsbrief van 11 september 2020