Covid-19, ook een strijd rond gender en sekse

De huidige pandemie legt problematiek rond man-vrouwongelijkheid op pijnlijke wijze bloot. Zowel biologische als maatschappelijke man-vrouwverschillen liggen hieraan de grondslag. Prof. Sabine Oertelt-Prigione vatte de man-vrouwproblematiek rond covid-19 samen in een studie die voor Europese Commissie bestemd was. Zij is hoogleraar 'sekse- en gendergevoelige geneeskunde' aan het Radboudumc (Nijmegen).

Sekse

Het virus infecteert man en vrouw, maar de ziekte woedt harder bij mannen. Bijna in alle landen sterven meer mannen aan covid-19 dan vrouwen. Het virus dringt long- en andere lichaamscellen binnen via de ACE2-receptor, dat sterk onder invloed staat van geslachtshormonen. Daarnaast zijn er subtiele verschillen in immuniteit, wat vrouwen gevoeliger maakt voor auto-immuunziekte, maar hen wel in staat stelt een virale infectie sneller af te weren. Mannen hebben vaker te kampen met een chronische aandoening, denk aan chronische longobstructie, dat hen sterk in het nadeel brengt.

Tijdens de ontwikkeling van een vaccin zullen wetenschappers hiermee rekening moeten houden. Ook voor ontwikkeling van covid-19-medicatie zijn er man-vrouw-complicaties. Vrouwen hebben gemiddeld meer last van bijwerkingen, en zeker in een kritieke toestand kan sekse een factor op leven of dood betekenen.

In tijden van crisis zal hier extra op gelet moeten worden. Industrie, economie en politiek hebben het liefst dat een innovatie zo snel mogelijk op de markt wordt gebracht, met het risico dat aan eventuele sekseverschillen voorbijgegaan wordt.

Gender

In Canada gaat de covid-19-mortaliteit wel gelijk op, 53% bij vrouwen om precies te zijn, een percentage dat in geen enkel ander land zo hoog ligt.2 De reden waarom de epidemie niet de biologische logica volgt, leggen onderzoekers zoals Sabine Oertelt-Prigione bij (niet-biologische) genderpatronen.

In Canada en de Europese Unie is bijna drie kwart van alle zorgverleners vrouw, en het zijn zorgverleners die het meest blootgesteld staan aan ‒ vaak hogere concentraties viruspartikels ‒ SARS-CoV2. De pandemie treft de vrouw harder wanneer het om niet-biologische genderfactoren gaat.

In de VS komt daar nog bij dat mannen de ernst van de situatie sneller onderschatten. Vrouwen vermijden sneller bijeenkomsten en praktiseren social distancing. Mannen roken en drinken meer, dat verhoogt de kans op een hevigere ziekte-uitbraak.3

Worden alle zorgverleners even goed beschermd met dezelfde uitrusting? En wat met schoonmaakpersoneel, die ook blootgesteld staan maar geen zorgverlener zijn? Mondkapjes, handschoenen, ontsmettingsgels enzovoort moeten op maat van elke gebruiker voorzien worden. Wanneer die producten ongelijk verdeeld worden, kan dat snel vooral vrouwen benadelen.  

Ook bij het toekennen van vergoedingen of bij besparingen kan de ongelijkheid tussen bevolkingsgroepen groeien, inclusief genderongelijkheid. In Canada kregen enkel voltijdse werknemers bonussen, onder andere om halftijdse werknemers aan te moedigen voltijds te gaan werken. De meeste halftijdse werknemers zijn vrouw.2

Een lock-down kan een huishouden overhoop halen. Niet-essentiële werknemers verliezen hun job, essentiële werknemers moeten hun werk verder zetten onder fysieke en psychologische zwaardere omstandigheden. Zowel op de werkvloer als thuis hebben lock-downs geleid tot meer stress, angst en huiselijk geweld. Wanneer hulpverlening specifiek voor vrouwen aan de orde is, moeten daarbij nog eens rekening gehouden worden met de machtsverhoudingen en het rollenpatroon binnenin een huishouden.

Volgens Sabine Oertelt-Prigione biedt de pandemie wel kansen om verandering in gang te zetten. Denk aan digitalisering die werknemers het mogelijk maakt om van thuis uit te werken. De grotere aandacht die er nu voor genderongelijkheid is, kan leiden tot beleidsmaatregelen die de maatschappij inclusiever maakt.

Verschenen in de nieuwsbrief van 23 juli 2020