Steeds strengere restricties aan onze bewegingsvrijheid: in hoeverre helpen ze COVID-19 onder controle te krijgen? En is het de gezondheidsprijs waard die we ervoor betalen? Een groep wetenschappers, onder wie epidemiologische autoriteit John Ioannidis, komt met een teleurstellend antwoord. Middels een vergelijking tussen tien landen, inclusief Zuid-Korea en Zweden met hun terughoudende beleid, laten ze zien dat meer beperkingen niet minder besmettingen hoeven te betekenen.
Een lockdown wordt door de auteurs omschreven als de toepassing van de twee meest ingrijpende ‘niet-farmaceutische interventies’ (NPI’s): verplicht thuisblijven en sluiting van bedrijven. Zij kiezen voor een methode om voor het effect op het aantal besmettingen onderscheid te maken tussen ‘more restrictive NPIs’ (mrNPIs) en ‘less restrictive NPIs’ (lrNPIs). De daling van het aantal coronagevallen bepaalden zij in relatie tot afgekondigde NPI’s in subregio’s van Duitsland, Engeland, Frankrijk, Iran, Italië, Nederland, Spanje, de Verenigde Staten, Zuid-Korea en Zweden. Daaruit isoleerden ze volgens een bepaalde statistische formule de netto-effecten van alleen de strengere maatregelen.
Daarnaast werd de invloed van de maatregelen in acht van de tien landen vergeleken met die invloed in Zuid-Korea (dat de nadruk legde op testen, contactonderzoek en isolatie) en Zweden (dat alleen richtlijnen en een enkel verbod kende). Ook daardoor konden effecten van mrNPIs en lrNPIs die de acht andere landen allebei in praktijk brachten, afzonderlijk worden bepaald. Zo moest het probleem worden voorkomen uit empirische studies die hypothetische effecten laten zien op basis van de verwachte besmettingsgraad die er zónder de genomen maatregelen zou zijn geweest. Die effecten kunnen immers ook voortvloeien uit de variërende dynamiek van een epidemie of uit gedragsveranderingen die los staan van deze maatregelen.
De studie leverde geen bewijs dat de strengste restricties ook het meeste effect hadden: in negen van de tien landen nam het aantal besmettingen af (alleen in Spanje was het effect niet-significant). Zo leidden de mrNPIs in Frankrijk tot meer besmettingen dan de lrNPIs in Zuid-Korea en Zweden, en hadden internationale reisverboden verschillende effecten in Duitsland (geen afname) en Nederland (wel afname). De individuele risico-inschatting lijkt een bepalender factor te zijn dan de aard van de overheidsmaatregelen en aan deze maatregelen vooraf te gaan.
Wat is het belang van deze observaties? De studie benadrukt dat beleid zonder steekhoudend wetenschappelijk bewijs averechts kan werken. Mogelijke voordelen van een strengere lockdown worden niet geheel uitgesloten, maar de auteurs waarschuwen voor vergaande ondermijning van hel welzijn. Geredeneerd vanuit een gezondheidsconcept in brede zin is de schade intussen enorm en wél in wetenschappelijk onderzoek bewezen: honger, drugsoverdoses, gemiste vaccinaties, toename van niet-COVID-ziekten door opgeschorte zorg, huiselijk geweld, mentale problemen, zelfmoord en verregaande economische schade met gezondheidsgevolgen. Is het menselijkerwijs mogelijk deze prijs te blijven betalen?
Bendavid E, Oh C, Bhattacharya J, et al. Assessing mandatory stay-at-home and business closure effects on the spread of COVID-19. Eur J Clin Invest. 2021 Jan 5:e13484.