Een recente review laat zien dat vooral biotica, nicotinamideriboside en omega-3-vetzuren mogelijk invloed hebben op ontsteking, oxidatieve stress en het darmmicrobioom bij de ziekte van Parkinson. Tegelijkertijd ontbreekt nog sterk bewijs voor vertraging van ziekteprogressie.
De onderzoekers voerden een uitgebreide review uit van klinische interventiestudies naar voedingssupplementen bij parkinson. Zij doorzochten meerdere medische databanken en includeerden 38 klinische studies. Omega-3-vetzuren, B-vitaminen, vitamine D, E, creatine, co-enzym Q10, curcumine en zogenaamde biotica, zoals probiotica, prebiotica en synbiotica waren onderwerp van studie. De onderzoekers beoordeelden zowel klinische uitkomsten, zoals de MDS-UPDRS-schaal voor motorische en niet-motorische parkinsonsymptomen en de Hoehn & Yahr-schaal voor ernst en ziektestadium, als biomarkers voor ontsteking, oxidatieve stress, mitochondriale functie en veranderingen in het darmmicrobioom.
Volgens de review speelt parkinson waarschijnlijk een bredere rol dan alleen verlies van dopamineproducerende zenuwcellen. Ontsteking, oxidatieve stress, mitochondriale disfunctie en veranderingen in het darmmicrobioom lijken eveneens betrokken bij de ziekteprogressie. Vooral de darm-brein-as krijgt steeds meer aandacht als mogelijk therapeutisch aangrijpingspunt. Daarom kwamen biotica in meerdere studies naar voren als veelbelovende interventie. Verschillende probioticastudies rapporteerden verbeteringen in ontstekingsmarkers, oxidatieve stress en samenstelling van het darmmicrobioom. Sommige studies zagen daarnaast lagere UPDRS-scores. De auteurs benadrukken wel dat de samenstelling van probiotica sterk varieerde tussen studies, waardoor vergelijking lastig blijft.
Ook nicotinamideriboside, een vorm van vitamine B3, trok aandacht. Vroege studies lieten aanwijzingen zien voor verbetering van mitochondriale functie en cellulair energiemetabolisme. Echter klinische effecten blijven nog inconsistent. Grote vervolgstudies lopen momenteel nog. Omega-3-vetzuren in combinatie met vitamine E lieten gunstige effecten zien op ontstekings- en oxidatieve stressmarkers, maar de klinische resultaten verschilden tussen studies.
De auteurs concluderen dat voedingssupplementen mogelijk meerdere ziekteprocessen tegelijk kunnen beïnvloeden. Tegelijkertijd ontbreekt bij de meeste supplementen nog voldoende bewijs voor een klinisch effect. Toekomstige behandeling van parkinson vraagt waarschijnlijk een holistische benadering; een combinatie van voeding, beweging, slaap en gepersonaliseerde therapieën.
Belangrijke beperkingen van de huidige literatuur zijn kleine onderzoeksgroepen, korte studieduur, grote verschillen tussen supplementformules en beperkte vergelijkbaarheid van uitkomstmaten. Veel studies hadden bovendien onvoldoende statistische kracht om effecten op ziekteprogressie betrouwbaar vast te stellen.
Prasad A, Shuler MS, Flanagan R et al. Dietary supplements for Parkinson’s disease: State of the science. J Parkinsons Dis. 2026; doi:10.1177/1877718X261446386.