Mensen met een lage economische positie zien door de COVID-19-pandemie hun voedingssituatie verder verslechteren. Een Amerikaans onderzoek in de vorm van een internetenquête geeft een indruk van de ongelijke effecten naar sociale klasse die zich in veel landen voordoen. Die effecten hangen niet alleen samen met het coronavirus zelf, maar ook met de socialdistancing-maatregelen.
In het onderzoek wordt het begrip food insecurity (voedselonzekerheid) gebruikt, omschreven als een situatie van ‘beperkte of onzekere toegang tot voldoende, voedzame voeding voor een actief en gezond leven’. Gebleken is dat het verschijnsel disproportioneel mensen uit de onderklasse treft en ook – in elk geval in de Verenigde Staten – degenen met een niet-witte huidskleur. Om er achter te komen hoe COVID-19 daar invloed op heeft, werden tussen 19 en 24 maart, kort na het ingaan van de lockdown-maatregelen, 1478 volwassenen ondervraagd.
Het inkomen van de onderzoeksdeelnemers was minder dan 250% van de in de VS gehanteerde armoedegrens. Van hen bleek 36% voedselzeker, 20% was dat marginaal en 44% was voedselonzeker (17% laag en 27% erg laag). In de categorie voedselonzeker was sprake van oververtegenwoordiging van zwarten en latino’s, ging het vaker om huishoudens met kinderen, met een relatief laag opleidingsniveau, zonder ziektekostenverzekering en vallend onder steunprogramma’s om voedsel te kunnen kopen. Enkele resultaten van de peiling waren:
- Van degenen met een erg lage voedselzekerheid was maar 18,8% in staat om te voldoen aan de aanbeveling voor twee weken tegelijk voedsel te kopen. Daarmee werd beoogd dat men zo min mogelijk het huis zou verlaten om social distancing mogelijk te maken. Bij degenen met hoge voedselzekerheid was het percentage 60%.
- Het percentage mensen dat niet over genoeg voedsel zei te beschikken om zichzelf en/of gezin te onderhouden, verschilde sterk met de mate van voedselzekerheid, respectievelijk 41,3 (erg laag), 10,7 (laag), 3,1 (marginaal) en 1,6 (hoog).
- Een zelfde groot verschil was er bij de onmogelijkheid rekeningen te betalen: 49,9% (erg laag), 36,9% (laag), 23,1% (marginaal) en 8,8% (hoog).
- Bij voedselzekerheid waren de mogelijkheden werk te behouden groter: het kon voortgezet worden of breidde zich soms uit, terwijl bij voedselonzekerheid het aantal uren vaker terugliep.
- Als respondenten met minder voedselzekerheid ziek werden van het virus, konden zij minder vaak gebruik maken van ziekte- of verlofdagen en zeiden ze vaker hun baan te zullen verliezen als zij te veel dagen misten. Het verschil was 52% (erg laag) vs. 18% (hoog).
De VS kennen scherpere tegenstellingen tussen arm en rijk dan in andere westerse landen. De gegevens dwingen echter ook elders tot alertheid op de onvoorziene sociale gevolgen van de virusbestrijding. COVID-19 dreigt de sociale ongelijkheid te verscherpen en de toegang tot gezonde voeding voor de onderklasse te beperken.
Wolfson JA, Leung CW. Food Insecurity and COVID-19: Disparities in Early Effects for US Adults. Nutrients. 2020; 12(6):1648. https://www.mdpi.com/2072-6643/12/6/1648/htm