Cinnamaldehyde, een essentiële olie die de smaak van kaneel bepaalt, verbetert de metabolische gezondheid door direct in te werken op vetcellen (adipocyten), die worden aangespoord om energie te verbranden door middel van thermogenese. Dat blijkt uit een onderzoek van het Life Sciences Instituut van de Universiteit van Michigan naar de onderliggende mechanismen van het effect van kaneel op het lipidemetabolisme. De bevindingen zijn gepubliceerd in het tijdschrift Metabolism.
Het onderzoeksteam testte menselijke vetcellen van vrijwilligers van verschillende leeftijden, etniciteiten en gewichtklassen. Het behandelen van de vetcellen met cinnamaldehyde bleek de expressie van verschillende genen en enzymen te verhogen, die verantwoordelijk zijn voor het versterken van het lipidemetabolisme ofwel vetverbranding. Ze zagen ook Ucp1 en Fgf21 toenemen, belangrijke metabole regulerende eiwitten die betrokken zijn bij thermogenese. Vervolgonderzoek is nodig om te bepalen hoe de metabolische voordelen van cinnamaldehyde kunnen worden benut zonder nadelige bijwerkingen te veroorzaken.
Vetcellen ofwel adipocyten slaan doorgaans energie op in de vorm van lipiden. Deze langdurige opslag was gunstig voor onze verre voorouders, die in een omgeving met energietekort moesten overleven. Zij hadden in tegenstelling tot de overvloed van nu veel minder toegang tot vetrijke voedingsmiddelen en daarom een veel grotere behoefte om vet op te slaan. Het vet werd in tijden van schaarste of bij lage temperaturen omgezet in energie en gebruikt door het lichaam. Het huidige overschot aan energie activeert vetcellen steeds minder tot thermogenese.
Jiang J, Emont MP, Jun H et al. Cinnamaldehyde induces fat cell-autonomous thermogenesis and metabolic reprogramming. Metabolism. 2017; 77: 58 doi: 10.1016/j.metabol.2017.08.006