Langdurig gebruik van antibiotica, waardoor darmbacteriën doodgaan, heeft mogelijk gevolgen voor de hersenfunctie. Het kan de groei remmen van nieuwe hersencellen (neurogenese) in de hippocampus, het deel van de hersenen geassocieerd met geheugen. Dat blijkt uit een muizenstudie gepubliceerd in het tijdschrift Cell Reports. Probiotica en lichaamsbeweging als therapie kunnen de hersenplasticiteit en cognitieve functie weer terug in evenwicht brengen.
Tijdens de studie kreeg een groep muizen zoveel antibiotica dat zij bijna geen darmbacteriën meer hadden. Vergeleken met de onbehandelde muizen presteerden de met antibiotica behandelde muizen slechter bij geheugentesten en vertoonden verminderde neurogenese in het deel van de hippocampus dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van nieuwe hersencellen. Tegelijk werd bij de behandelgroep een lager aantal witte bloedcellen (specifiek Ly6Chi monocyten) gevonden in hersenen, bloed en beenmerg. De onderzoekers besloten te testen of de Ly6Chi monocyten verantwoordelijk waren voor de verandering van neurogenese en geheugen.
Wetenschapper Wolf vond bijna tien jaar geleden al de eerste aanwijzingen dat het immuunsysteem de gezondheid en groei van hersencellen beïnvloedt. Maar de link van de hersenen naar het immuunsysteem en weer terug naar de darm kon in weinig studies aangetoond worden. In deze studie deed het wetenschappelijke team van Wolf de indrukwekkende ontdekking dat Ly6Chi daarbij als communicerende cel fungeert. Als er iets mis is in het microbioom reizen deze Ly6Chi monocyten vanuit de periferie naar de hersenen. Verhoging van het aantal Ly6Chi monocyten door toediening aan het lichaam zorgde voor verbetering van de neurogenese en de cognitieve functie.
Möhle L, Mattei D, Wolf SA et al. Ly6Chi Monocytes Provide a Link between Antibiotic-Induced Changes in Gut Microbiota and Adult Hippocampal Neurogenesis. Cell Reports, 31 mei 2016, 15(9): 1945-1956 doi: 10.1016/j.celrep.2016.04.074