Glyfosaat minder schadelijk dan andere bestrijdingsmiddelen
Glyfosaat minder schadelijk dan andere bestrijdingsmiddelen

Volgens onderzoek uit China heeft  gebruik van het plantenverdelgmiddel glyfosaat geen enkel effect op acht bloedparameters, terwijl gebruik van insectiden en andere herbiciden dezelfde bloedparameters wel verstoren. Insecticiden tegen vlinderachtigen schijnen de meeste gezondheidsschade te veroorzaken. Die belasten de lever, verhogen de suikerspiegel en activeren ontstekingen. Bovendien berokkenen ze schade aan de motorzenuwen.

Niet-glyfosaatherbiciden waren geassocieerd met verminderde nierfunctie en gedaald serum-foliumzuur. Fungiciden, hoewel zij slechts 15 % van alle bestrijdingsmiddelen uitmaakten, leken het serumniveau voor vitamine B12 te verlagen en leverschade te veroorzaken. Voor biologische insecticiden tegen vlinderachtigen, dat slechts door een minderheid van de landbouwers gebruikt werd, konden de onderzoekers geen associaties vinden.

Deze resultaten zijn gebaseerd op een momentopname. Onderzoekers namen bij 224 landbouwers bloedstalen aan de aanvang en het einde van het landbouwseizoen verricht. Ze verrichtten ook metingen aan motorische en sensorische zenuwen. Opmerkelijk was dat amper 13 % van de deelnemers beschermingsmaatregelen trof om zich tegen blootstelling van bestrijdingsmiddelen te beschermen.

Volgens de onderzoekers ziet het ernaar uit dat glyfosaat de minst schadelijke is van veel gebruikte bestrijdingsmiddelen. Ze denken dat omschakeling naar bepaalde GMO's gunstig zal uitdraaien voor de gezondheid van landbouwers, omdat die het gebruik van insecticiden drastisch kunnen verlagen.

Het is niet duidelijk om welke bestrijdingsmiddelen het precies gaat: enkele van hen zijn mogelijk verboden in Europa. Glyfosaat is de laatste tijd erg controversieel omdat het steeds vaker in lichaam en milieu aangetroffen wordt.

Referenties

Zhang C, Hu R et al. Health effect of agricultural pesticide use in China: implications for the development of GM crops. Sci Rep. 2016 Oct 10;6:34918. doi: 10.1038/srep34918