Genoom bepaalt aspergegeur in urine
Genoom bepaalt aspergegeur in urine

Stinkt jouw urine na het eten van asperge? Zo niet, dan heb je asperge-anosmie, wat betekent dat je de karakteristieke geur van de zwavelhoudende metabolieten van asperge in urine, zoals methaanthiol en S-methylthio-esters, niet kunt ruiken. Meer dan de helft van de mensen heeft asperge-anosmie en dit blijkt genetisch bepaald. Dat schrijven Amerikaanse onderzoekers van de Universiteit van Harvard in een publicatie in het British Medical Journal.

Trefwoorden

Asperges staan bekend om de karakteristieke geur van de urine na consumptie. Maar niet iedereen kan deze aspergegeur ruiken. Daarom werd aan 6909 mannen en vrouwen van Europese-Amerikaanse afkomst gevraagd of zij na het eten van asperges hun urine vonden stinken. Daaruit bleek dat slechts 40 % van de deelnemers de aspergegeur kon ruiken. Maar liefst 58 % van de mannen en 61,5 % van de vrouwen rook de aspergegeur niet, waardoor zij in de groep met asperge-anosmie vielen.

Dat vrouwen de geur vaker niet zouden ruiken dan mannen heeft volgens de onderzoekers te maken met schaamte bij vrouwen. Vrouwen durven minder snel toe te geven dat hun urine stinkt. Ook zouden vrouwen de vrijgekomen geurstoffen door hun plashouding zittend op de wc minder goed kunnen ruiken, omdat die onder hun bovenbenen blijven hangen.

Op basis van informatie uit genoombrede associatiestudies met meer dan 9 miljoen genetische varianten werden 871 specifieke genetische varianten (single nucleotide polymorphisms ofwel SNPs) op chromosoom 1 gevonden, die geassocieerd zijn met asperge-anosmie. Deze genetische varianten liggen in verschillende voor reukzin verantwoordelijke genen. Het is niet duidelijk waarom een meerderheid van de mensen de aspergegeur in de urine niet kan ruiken. Meer onderzoek is nodig naar het achterliggende evolutionaire voordeel.

Referenties

Markt SC, Nuttall E, Turman C et al. Sniffing out significant ‘Pee-values’: genome wide association study of asparagus anosmia. BMJ. 2016; 355:i6071 doi: 10.1136/bmj.i6071