Nutritionele therapie bij de ziekte van Crohn
Nutritionele therapie bij de ziekte van Crohn

Patiënten met de ziekte van Crohn varen even goed met een 'half elementair dieet' (hED) als met het medicijn 6-mercaptopurine. Een Japanse studie toonde dat na 24 maanden 57 % van de patiënten die 6-MP namen, nog in remissie waren; in de groep van het elementair dieet was dat 47 % (dit verschil was statistisch niet-significant); en in de controlegroep was dat slechts 21 %.

Onder de patiënten die 6-MP nemen, traden bij vier patiënten bijwerkingen op (leverschade, haarverlies, abces); geen bijwerkingen waren geassocieerd bij het hED.

Een elementair dieet bestaat in feite uit een poedertje (Elental™) waar alle essentiële voedingsstoffen in vervat zitten. Zo'n poeder kan dan opgelost in water en gedronken worden, of kan via de neus rechtstreeks in de maag gedruppeld worden, 's nachts via een nasogastrische buis. Slechts twee personen opteerden voor dit laatste, waarschijnlijk omdat ze het poedertje niet konden verteren. In deze opzet mochten de patiënten ook 3,5 - 4,0 kcal/kg lichaamsgewicht uit gewone voeding nemen, vandaar een 'halfelementairdieet'.

De ziekte van Crohn en ulceratieve colitis behoren tot de inflammatoire darmziekten (IBD) waartegen nog geen afdoende remedie bestaat. Therapie is erop gericht om nieuwe aanvallen van ontstekingen te vermijden, dus het in remissie houden van de ziekte. Medicaties zoals 6-MP en azathioprine houden de ziekte in remissie, en kunnen de dosis van steroïden verlagen. De meest ernstige bijwerking van 6-MP is myelosuppressie, d.i. onderdrukking van beendermergactiviteit, dat optreedt bij patiënten die 6-MP niet kunnen afbreken door een (genetisch) gebrek aan thiopurine-methyltransferase. 6-MP is erg cytotoxisch, dus de dosis moet zeer omzichtig bepaald worden (Dong 2010). O.a. Japanners hebben een zeer lage thiopurine-methyltransferaseactiviteit.

Een andere pijler is 5-aminosalicylzuur (5-ASA), maar de doeltreffendheid van dit geneesmiddel wordt sterk in twijfel getrokken. Een Cochrane review uit 2005 (Akobeng 2005) stelde zelfs heel scherp: 'Het lijkt er dus op dat bijkomende RCT's voor dit regime niet gerechtvaardigd zijn.' RCT's zijn echter niet uitgebleven sindsdien, want in 2011 verscheen een nieuwe review (Ford 2001). Die stelde een bescheiden vermindering (-14 %) van herval op ziekteaanvallen door 5-ASA-medicamenten. Mesalamine was het meest efficiënt; sulfasalazine vertoonde echter géén effect! Mogelijk is 5-ASA een beetje nuttig voor een beperkt aantal crohnpatiënten.

Het hED is dus een valide benadering. Het vertoont geen bijwerkingen en het hoeft daarom niet onder te doen voor medicatie. Onderzoekers motiveren de 'poedertjesbenadering' door te stellen dat voedsel een veelheid aan allergenen herbergt, die ontstekingsreacties in de darmen verergeren. Ook zou een elementair dieet bijdragen tot herstel van de slijmvliezen in de darmen, de kern van de zaak bij crohn.

Een poederdieet kan echter niet alle voedingsstoffen leveren. Bijvoorbeeld zaten er geen vezels of omega-3-vetzuren in het product dat in deze studie toegepast werd. Een poederdieet is minder gemakkelijk vol te houden dan het lijkt. In deze studie werd daarom voor een compromis geopteerd: een deel van het voedsel kwam uit gewone voeding. Poederdiëten worden standaard toegepast bij heftige aanvallen van crohn.

Voor therapeut en diëtist is deze studie een opsteker met betrekking tot het eliminatiedieet (Brown 2010), waarbij patiënt (en diëtist) op zoek gaan naar voedingsmiddelen die bepaalde symptomen uitlokken. Patiëntverenigingen voor de ziekte van Crohn lijken niet vertrouwd te zijn met deze benadering, want ze geven geen of nauwelijks voedingsadviezen – 'De meeste mensen met crohn weten uit ervaring precies wat ze wel en niet moeten eten' –, oftewel: ze moeten hun plan maar trekken. Het eliminatiedieet zou bovendien te lastig zijn, of onvoldoende bewezen.

Twee terechte opmerkingen, maar geen reden om het niet te proberen, want kwaad doet het niet. Vele patiënten zullen bovendien extra gemotiveerd zijn omdat dit hen een kans geeft om zelf te participeren aan het genezingsproces. Een diëtist moet hen daarbij helpen opdat het voedingsprogramma niet onevenwichtig wordt.

Referenties

Akobeng AK, Gardener E. Oral 5-aminosalicylic acid for maintenance of medically-induced remission in Crohn's Disease. Cochrane Database Syst Rev. 2005 Jan 25;(1):CD003715

Brown AC, Roy M. Does evidence exist to include dietary therapy in the treatment of Crohn's disease? Expert Rev Gastroenterol Hepatol. 2010 Apr;4(2):191-215

Dong XW, Zheng Q et al. Thiopurine S-methyltransferase polymorphisms and thiopurine toxicity in treatment of inflammatory bowel disease. World J Gastroenterol. 2010 Jul 7;16(25):3187-95

Ford AC, Khan KJ, Talley NJ, Moayyedi P. 5-aminosalicylates prevent relapse of Crohn's disease after surgically induced remission: systematic review and meta-analysis. Am J Gastroenterol. 2011 Mar;106(3):413-20

Hanai H, Iida T et al. Nutritional therapy versus 6-mercaptopurine as maintenance therapy in patients with Crohn’s disease. Digestive and Liver Disease. 2012; doi:10.1016/j.dld.2012.03.007