Experimenten met honden tonen onderzoekers de weg naar een nutritionele behandeling van darmontstekingen, in het bijzonder voor kinderen met de ziekte van Crohn. Honden met chronische enteropathie die dankzij voedingstherapie herstellen, hebben meer clostridiumbacteriën die secundaire galzuren produceren. Het zijn deze galzuren die de ziekteactiviteit onderdrukken.
Darmbacteriën zetten galzuren die het lichaam in de darmen uitscheidt, om naar secundaire galzuren. In geval van honden zijn het lithogalzuur en deoxygalzuur, geproduceerd door Clostridium hiranonis, die tot remissie van darmontstekingen bijdragen. Ze zouden de aanwezigheid van C. perfringens en bepaalde E. coli-stammen in de darmen verminderen, twee pathologische darmbacteriën.
De onderzoekers, werkzaam aan de diergeneeskundefaculteit van de universiteit van Pennsylvania, geloven dat honden een goed onderzoeksmodel zijn voor de ziekte van Crohn en colitis bij mensen. Honden kunnen spontaan chronische enteropathie ontwikkelen, ze hebben vergelijkbare bacteriële microbiota en ze reageren vergelijkbaar op voedingstherapie als mensen.
De vertaalslag naar mensen moet nog gemaakt worden. De onderzoekers hebben bij kinderen met crohn alvast een andere clostridium ontdekt (C. scindens) die dezelfde secundaire galzuren produceert en die ook remissie bevordert. Kinderen met crohn krijgen ook een voedingstherapie. De secundaire galzuren lijken de onderzoekers dus op weg te helpen om voedingstherapie tegen crohn efficiënter te maken.
Wang S, Martins R, Sullivan MC et al. Diet-induced remission in chronic enteropathy is associated with altered microbial community structure and synthesis of secondary bile acids. Microbiome. 2019 Aug 31;7(1):126