Oermens at ook knollen
Archeologische vondsten: oermens at ook knollen

Een internationaal team van archeologen heeft de toe nu toe oudste resten van knollen ontdekt in overblijfsels van paleolithische kampvuren. Daarbij dragen ze een nieuw argument aan in de hypothese die het belang van koolhydraatbronnen voor de ontwikkeling van de Homo sapiens benadrukt. De sporen van koolhydraatrijke voedingsbronnen werden op archeologische sites in Zuid-Afrika gevonden van oermensen die tussen 120.000 en 65.000 jaar geleden hebben geleefd.

Trefwoorden

De onderzoekers hebben zorgvuldig archeologische resten van vuurhaarden uitgegraven en microscopisch ontleed. Naast resten van de brandstoffen die voor het vuur zijn gebruikt vonden ze ook sporen van ander plantaardig materiaal. De aslaag van de vuurhaard bevatte onder andere weefsel van zetmeelrijke knolgewassen, een teken dat ze voor het koken gebruikt werden en niet als brandstof. De onderzoekers slaagden erin wortelstokken van eenzaadlobbigen (onder andere grassen) en luchtweefsel van waterlelies te identificeren.

Dat de oermens knollen at, is geen opzienbarend nieuws. De afgelopen tien jaar zijn onderzoekers op zoek naar nieuwe bewijzen voor de hypothese dat de Homo sapiens zijn evolutie ook dankt aan de betere benutting van zetmeelrijke bronnen. Het koken van knollen verhoogde de beschikbaarheid van calorieën van knollen, maar waarschijnlijk beheersten de voorgangers van de Homo sapiens ook het vuur al. De Homo sapiens onderscheidt zich wel van zijn voorgangers door een groter aantal kopieën van het amylase-gen.  

Knollen waren dus geen 'backupvoedsel', schrijven de onderzoekers, waarop jager-verzamelaars konden terugvallen in geval van nood. Ze waren een betrouwbare energiebron.

Referenties

Larbey C, Mentzer SM, Ligouis B et al. Cooked starchy food in hearths ca. 120 kya and 65 kya (MIS 5e and MIS 4) from Klasies River Cave, South Africa. J Hum Evol. 2019 Jun;131:210-227