In het donker eet je minder
In het donker eet je minder

Eten in het donker zorgt ervoor dat je minder eet, terwijl je denkt dat je meer gegeten hebt. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit van Konstanz in Duitsland gepubliceerd in het tijdschrift Food Quality and Preference. Het wegnemen van de visuele waarneming veroorzaakt een duidelijk verschil tussen de werkelijke en veronderstelde inname van voeding.

Aan de studie deden negentig studenten als proefpersoon mee, die de laatste twee uur niet gegeten hadden. Vijftig daarvan lieten de onderzoekers geblinddoekt met een skibril ijs eten, terwijl de andere veertig het ijs gewoon kon zien. Alle negentig proefpersonen mochten zoveel ijs eten als ze wilden. En wat bleek: de geblinddoekte groep at zo’n 9 % minder ijs en waardeerde het ijs met een minder hoog cijfer. Ze hadden echter het gevoel dat ze heel veel gegeten hadden - ze schatten in dat ze zo’n 88 % meer hadden gegeten dan in werkelijkheid.

De onderzoekers geven daar de volgende verklaring voor. Door de blinddoek kun je niet zien hoeveel je echt eet. Daardoor zou je qua verzadiging veel beter naar je lichaam luisteren, niet afgeleid door de verleidingen op tafel. Je voelt dan beter aan wanneer je genoeg hebt gehad. De duisternis en daarmee het ontbreken van de visuele prikkel zou er ook voor zorgen dat er minder speeksel en maagsappen voor de spijsvertering vrijkomen. Daardoor wordt je minder gestimuleerd tot het eten van grote hoeveelheden. Met minder speeksel in de mond wordt slikken moeilijker en eet je minder snel.

Referenties

Rennera B, Sproessera G, Stoka FM et al. Eating in the dark: A dissociation between perceived and actual food consumption. Food Quality and Preference, juni 2016, 50:145–151. doi:10.1016/j.foodqual.2016.02.010