Nieuwe aanbevelingen voor patiënten met familiale hypercholesterolemie?

In officiële richtlijnen staat nog steeds geschreven dat patiënten met familiale hypercholesterolemie een vet- en cholesterolarm voedingspatroon moeten volgen. Een oude richtlijn, waarbij vooral de afwezigheid van evidence opvalt. Volgens een aantal experts moeten we van LDL-cholesterol afstappen en de focus verleggen naar andere risicofactoren.

Eind jaren dertig klonk het nog aannemelijk: patiënten met aangeboren hoog (LDL-)cholesterolniveau doen er goed aan om het vet van het vlees te schrapen, en boter en eieren te mijden. Het cholesterolverlagend dieet is bij deze patiënten nooit goed getest geweest. De richtlijnen bevinden zich in de 'evidence-free zone', schreef Steven Nissen van de Cleveland Clinic onlangs nog.

Hoog tijd om de complexiteit onder ogen te zien, schrijven tien experts uit verscheidene landen. LDL-cholesterol is geen goede marker voor hart- en vaatziekte, ook niet voor patiënten met familiale hypercholesterolemie. Beter is om een combinatie van markers te gebruiken, zoals sdLDL (small dense LDL-cholesterol), triglyceriden en HDL-cholesterol.

Ook lp(a) (lipoproteïne a) zou nauwer geassocieerd zijn met hart- en vaatziekten dan LDL-cholesterol. Voor lp(a) hadden wetenschappers weinig interesse, want ze geloofden niet dat voeding invloed op deze marker had, een veronderstelling gebaseerd op onderzoek rond vetarme diëten. Toch is er een studie uit 2006 die lp(a)-verlaging bewerkstelligde bij FH-patiënten dankzij een koolhydraatarme aanpak.

Voor wat familiale hypercholesterolemie betreft moet er veel meer aandacht komen voor bloedstolling, die volgens de onderzoekers een belangrijkere oorzaak is van hart en vaatziekte dan LDL-cholesterol. Daarnaast zijn er de klassieke risicofactoren zoals bloeddruk, ontsteking (hsCRP), obesitas, hyperinsulinemie en de calciumscore.  

De auteurs zijn duidelijk voorstander van koolhydraatarme voedingspatronen. Een aantal risicofactoren draait rond insulineresistentie, die eerder via de koolhydraten aangepakt moet worden dan via vetten. De behoefte aan klinische studies met harde eindpunten (hartziekte en hartsterfte) is groot, de onderzoekers zien het liefst koolhydraatarme voedingspatronen onderzocht worden.

Een aantal van de experts is niet onbesproken. De hoofdauteur is geen voedingsexpert van oorsprong, maar een professor aan de psychologiefaculteit van de universiteit van South Florida. Malcolm Kendrick en Uffe Ravnskov zijn auteurs van ophefmakende boeken rond cholesterol. Jeff Volek heeft een aantal belangenconflicten in de 'koolhydraatarme industrie'.

Verschenen in de nieuwsbrief van 11 september 2020