Resveratrol verlaagt albumine bij diabetische nierpatiënten
Resveratrol verlaagt albumine bij diabetische nierpatiënten

Diabetespatiënten met beginnende nierproblemen kunnen hun urine-albumine verlagen met resveratrol. Iraanse onderzoekers stelden dit vast bij zestig patiënten met diabetes type 2 die gedurende drie maanden placebo of een capsule met 500 mg resveratrol namen. Resveratrol had ook effect op de antioxidanthuishouding en het glucosemetabolisme.

Resveratrol is een polyfenol uit de schil van druiven (rode wijn) maar zit nog in tal van andere voedingsmiddelen. Het is een van de meest bestudeerde fytonutriënten en wordt in klinische studies getest met dosissen van 500 mg tot 3 gram per dag.

In deze studie daalde de albumine/creatinine-verhouding in de urine significant van 123 naar 77 mg/g, terwijl die verhouding in de placebogroep toenam. De daling was te danken aan een daling in albumine, want de urine-creatinine wijzigde niet. Alle patiënten namen een bloeddrukverlager (Losartan) die ook aan diabetici met nierproblemen voorgeschreven wordt.

Resveratol had ook een gunstige invloed op de glucosespiegel en insulinegevoeligheid, terwijl de daling van HbA1c niet significant was. Dit doet vermoeden dat resveratrol de nierfunctie verbetert via een betere glucosebeheersing. De onderzoekers stelden ook een serum-toename vast van SOD, GSH-Px en catalase, drie antioxidantenzymen, en van stikstofmonoxide.

Stifstofmonoxide is ook voor de nieren een cruciale factor die de bloedaanvoer en nierfiltratie mee regelt. De werking van stikstofmonoxide, zelf een reactieve oxidant, hangt af van een omgeving met voldoende antioxidantcapaciteit. De onderzoekers speculeren dat de antioxidantwerking van resveratrol een minstens zo belangrijk mechanisme als glucosebeheersing is voor de verbeterde nierfunctie.

Referenties

Sattarinezhad A, Roozbeh J, Shirazi Yeganeh B et al. Resveratrol reduces albuminuria in diabetic nephropathy: A randomized double-blind placebo-controlled clinical trial. Diabetes Metab. 2019 Jan;45(1):53-59. doi: 10.1016/j.diabet.2018.05.010