Inademen van het aroma van petitgrain etherische olie verscherpt mogelijk het denkvermogen en vermindert stress volgens een onderzoek van Autonomous University of Barcelona in Spanje. Zij deelden 42 administratieve medewerkers (32 vrouwen, 10 mannen) in een aromatherapiegroep en een controlegroep, waarna zij achter een computer een specifieke taak moesten uitvoeren. Tijdens deze taak verspreidden oliediffusers in de ruimte van de eerste groep aroma van petitgrainolie en in de ruimte bij de controlegroep aroma van een neutrale olie zoals amandelolie.
Zowel voor als na het uitvoeren van de taak werd de gemoedstoestand en de mate van angst van de deelnemers bepaald met vragenlijsten zoals Stait-Trait Anxiety Inventory en Profile of Mood States. Om de mate van stress te meten werd de hartslagvariabiliteit (HRV) bepaald voor, tijdens (gedurende 20-25 minuten) en na de taak. De groep die het petitgrainaroma inademde, voerde de taak 2,28 minuten sneller uit en presteerde daarmee beter dan de controlegroep. De groep vertoonde minder stress en tegelijkertijd was hun aandacht en alertheid verbeterd. Volgens de onderzoekers was hun autonome zenuwstelsel beter in balans dan bij de controlegroep.
De tien meter hoge bittere Sinaasappelboom, Citrus aurantium var. amara, behoort tot de Rutaceae familie en komt oorspronkelijk uit China. De boom is de leverancier van verschillende etherische oliën. Uit de vruchtschil perst men de Pomerans, uit de bloesem wordt de Neroli gedestilleerd en uit de jonge twijgen met bladeren en onrijpe vruchten destilleert men de Petitgrain. Petitgrainolie is lichtgeel tot bleekgroen en heeft een frisse bloemige citrusgeur. Het is een belangrijk ingrediënt van Eau de cologne en wordt gebruikt als geurstof in de cosmetische industrie in zepen, luchtverfrissers en lotions. In de voedingsmiddelenindustrie is het een belangrijke smaakstof voor snoepgoed.
Huang L, Capdevila L. Aromatherapy improves work performance through balancing the autonomic nervous system. The Journal of Alternative and Complementary Medicine. Okt 2016. doi:10.1089/acm.2016.0061