Mensen danken hun kleurenzicht aan hun voorouders, de eerste mensachtige apen, die kleurig fruit verzamelden. Dat blijkt uit Canadees onderzoek van de Universiteit van Calgary, dat gepresenteerd werd op een meeting van de American Association for the Advancement of Science. De mens of homo sapiens heeft een goed ontwikkeld kleurenzicht. Primaten, zoals mensen en apen, zijn uniek onder de zoogdieren, omdat zij zowel rood als groen kunnen waarnemen. Dat komt door een sterk ontwikkeld menselijk netvlies met drie verschillende soorten lichtgevoelige cellen (kegeltjes), in plaats van twee.
Driekleurig zicht heeft als voordeel dat rijp fruit beter zichtbaar is ten opzichte van de meestal groene achtergrond van het bos. Zo kon dit goed ontwikkelde netvlies vermoedelijk ontstaan bij een aapachtige voorouder, speurend naar rijp fruit dat rood of groen gekleurd was, zoals appels en bessen. Maar niet alle apen hebben drie soorten kegeltjes; bij rhesus makaken zorgt een genetische variatie ervoor dat sommigen maar twee soorten kegeltjes hebben.
Wanneer deze twee type apen in onderzoeken met elkaar vergeleken werden, bleek dat apen met drie soorten kegeltjes in het bos inderdaad sneller rijp fruit konden lokaliseren dan hun soortgenoten met twee soorten kegeltjes. Na meer dan 20.000 individuele observaties van tachtig verschillende soorten makaken, zowel in gevangenschap gehouden als wilde, bewijzen de uitkomsten van deze onderzoeken volgens wetenschapper Melin overtuigend dat driekleurig zicht evolutionair ontstaan moet zijn onder invloed van kleurig fruit.
Melin A. Hindsight Wasn't 20/20 Nor As Colorful: The Evolution of Primate Vision. Meeting of the American Association for the Advancement of Science. 19 feb 2017. doi:10.1126/science.aal0801